**1.** Indien de faillietverklaring wordt uitgesproken ingevolge eene der bepalingen van dezen titel of wel binnen ééne maand na het einde der surséance, gelden de volgende regelen:
het tijdstip, waarop de termijnen, in de artikelen 39 en 41 vermeld, aanvangen, wordt berekend van den aanvang der surséance af;
de curator oefent de bevoegdheid uit, in het eerste lid van artikel 218 aan de bewindvoerders toegekend;
handelingen, door den schuldenaar met medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerders verricht, worden beschouwd als handelingen van den curator en boedelschulden, gedurende de surséance ontstaan, zullen ook in het faillissement als boedelschulden gelden;
de boedel is niet aansprakelijk voor verbintenissen van den schuldenaar, zonder medewerking, machtiging of bijstand van de bewindvoerders gedurende de surséance ontstaan, dan voor zooverre deze ten gevolge daarvan gebaat is.
**2.** Is opnieuw surséance verzocht, binnen eene maand na afloop van eene vroeger verleende, dan geldt hetgeen in het eerste lid is bepaald mede voor het tijdvak der eerstvolgende surséance.
Treedt in werking om 00:00 uur in Bonaire, Sint Eustatius en Saba en om 06:00 uur in het Europese deel van het Koninkrijk.
Titel II › afdeeling Eerste
Artikel 238
Artikel 238
Onderdeel van Faillissementswet BES· Insolventierecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010