1. 1. Gedurende eene surséance kan faillietverklaring niet rauwelijks worden gevorderd.
  2. 2. Indien ingevolge eene der bepalingen van dezen titel eene faillietverklaring uitgesproken wordt, vindt artikel 11 overeenkomstige toepassing; wordt ingevolge die bepalingen een faillissement vernietigd, dan vinden de artikelen 10 en 12 overeenkomstige toepassing.