**1.** De bewapening van de ambtenaar bestaat tijdens de uitoefening van de dienst uit:
de korte wapenstok;
de pepperspray en nazorgmiddelen;
het pistool of de revolver met de daarbij behorende munitie.
**2.** De korpsbeheerder kan ambtenaren van politie aanwijzen die van het dragen van de in het eerste lid genoemde wapens zijn vrijgesteld.
**3.** De korpsbeheerder kan de ambtenaar die belast is met surveillance en beschikt over een geldig certificaat als bedoeld in artikel 7.13 van de onderlinge regeling houdende kwaliteitseisen, opleidings- en trainingsvereisten politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, aanwijzen die mede wordt bewapend met een politiesurveillancehond, een elektrische wapenstok en een lange wapenstok.
**4.** De overige uitrusting van de ambtenaar bestaat uit:
handboeien;
een koppel.
**5.** De korpsbeheerder kan de ambtenaar mede uitrusten met een veiligheidsvest of tie-raps.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de
Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire,
Sint Eustatius en Saba in werking
treedt.
Hoofdstuk 2
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Uitrustingregeling voor de politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010