**1.** De bewapening van de aspirant bestaat in het gedeelte van de opleiding dat in het korps wordt doorgebracht tijdens de uitoefening van de dienst uit:
de korte wapenstok;
de pepperspray en nazorgmiddelen;
**2.** De korpsbeheerder kan de aspirant, bedoeld in het eerste lid, mede bewapenen met het pistool of de revolver met de daarbij behorende munitie.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de
Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire,
Sint Eustatius en Saba in werking
treedt.
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Uitrustingregeling voor de politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010