Geconstateerd is dat de verschillen tussen de regionale regelingen groot zijn. Ook de parkeergelegenheid is per korps verschillend. Omdat een ambtenaar geen afdwingbare aanspraak kan maken op een parkeervoorziening is er geen sprake van een te harmoniseren arbeidsvoorwaarde. De huidige regionale regelingen, en de wijzigingen daarvan zijn onderworpen aan het instemmingsrecht van de regionale ondernemingsraden.
Dit onderwerp wordt meegenomen in de derde tranche van de harmonisatie.
Dit onderwerp wordt niet geharmoniseerd. De korpsen bieden geen andere faciliteiten aan dan de verplichte werkgeversbijdrage via de fiscus.
Dit onderwerp wordt meegenomen in de derde tranche van de harmonisatie.
Geconstateerd is dat de verschillen in de regionale regelingen groot zijn. Het betreft regelingen voor ceremonies en gebruiken binnen de korpsen voor bij installatie, beëdiging, promotie, afscheid, pensionering, huwelijk, geboorte, diplomering, etc. De regelingen worden niet geharmoniseerd. De regionale regelingen blijven bestaan. Wijziging of afschaffing van een dergelijke regeling dient plaats te vinden door middel van het landelijk georganiseerd overleg.
Ambtenarendie conform artikel 56 van het Barp voorzien zijn van uniform- of dienstkleding kunnen hun kleding (pantalon, tuniek enz.) naar behoefte laten reinigen. De bedrijfsvoering binnen de korpsen kiest daarbij voor het aanwijzen van een stomerij of voor inzamelingspunten binnen het korps. Vergoedingen voor het reinigen van kleding komen te vervallen. Deze afspraak dient door de korpsen te worden uitgevoerd vanaf 1 januari 2011.
Hiertoe wordt de regelgeving aangepast, zie bijlage. Dit betekent dat de reiniging nog in regelgeving wordt vastgelegd, maar dat kan pas nadat artikel 56 Barp en artikel 15, eerste en tweede lid Besluit rechtspositie vrijwillige politie (Brvp) zijn aangepast. De afspraak is dat overhemden/(polo-) shirts, sokken en onderkleding door de ambtenaar zelf, voor eigen rekening, worden gereinigd.
Er is een gedragscode mobiele telefonie politie opgesteld, zie bijlage. De gedragscode dient door de korpsen te worden nageleefd en is op 18 december 2009 bekend gemaakt aan de korpsen middels A4. Deze gedragscode wordt uiterlijk na twee jaar geëvalueerd.
De kosten voor het behalen van rijbewijzen (m.u.v. rijbewijs B) zal door de korpsen worden vergoed indien het rijbewijs noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie en aangewezen neventaken. Het vernieuwen van deze rijbewijzen wordt niet vergoed, omdat bij vernieuwen van rijbewijs B er geen meerkosten zijn bij gelijktijdige verlenging van rijbewijzen A, C, D en/of E. Wel komen voor vergoeding in aanmerking de kosten die moeten worden gemaakt voor een medische keuring en de verklaring ten gevolge van het vernieuwen van rijbewijs C en/of D. De vergoeding van kosten vindt plaats op grond van de nieuwe landelijke regeling studiefaciliteiten politie (ingangsdatum 1 januari 2009). Deze is gepubliceerd in de Staatscourant (Stcrt. 2009, 85).
Gezien de (landelijke) ontwikkelingen en de ontwikkelingen ten aanzien van de Centrale ondernemingsraad (Cor) in oprichting, worden de bestaande faciliteiten medezeggenschap niet geharmoniseerd.
Het rouwprotocol vloeit voort uit de politie CAO 2001-2003. Alle korpsen beschikken over een rouwprotocol. Dit leent zich niet voor harmonisatie. De best practice wordt hierbij beschikbaar gesteld aan de korpsen, zie bijlage.
De term ‘kerstpakket’ is vervangen door ‘eindejaarsgeschenk’. De reden is dat elke medewerker uit het korps zich dan kan herkennen in het geschenk. Het korps bepaalt de keuze van het geschenk. Het eindejaarsgeschenk is vastgesteld op een waarde van € 50 vanaf 2011. Er vindt geen indexatie plaats.
De regelingen van de korpsen zijn zo korpsspecifiek dat daar landelijk geen harmonisatieafspraken over te maken zijn. De reeds bestaande regionale regelingen blijven bestaan. Wijziging of afschaffing van een dergelijke regeling dient plaats te vinden door middel van het landelijk georganiseerd overleg.
Er zijn veel verschillende regionale regelingen. Dat is naar tevredenheid van alle partijen. Er vindt geen landelijke harmonisatie plaats. Alle politieambtenaren kunnen tevens via www.politieverzekering.nl. gebruik maken van een landelijke collectiviteitskorting voor privé verzekeringen. Om de bekendheid bij de medewerkers te vergroten zal bij het aanstellingspakket voor de nieuwe medewerker aandacht worden besteed aan de collectiviteitskortingen (www.politieverzekering.nl).
Dit onderwerp is bij sommige korpsen ook bekend als bijvoorbeeld ‘verkiezing van de politieambtenaar van het jaar’. De regionale regelingen vinden hun grondslag in het Bbp en het Barp. Besloten is dit onderwerp niet te harmoniseren. Wijziging of afschaffing van een dergelijke regionale regeling dient plaats te vinden door middel van het landelijk georganiseerd overleg.
Besloten is dit onderwerp niet te harmoniseren omdat de korpsen geen afzonderlijke arbeidsvoorwaardelijke regelingen hebben.
Dit onderwerp wordt nu niet geharmoniseerd. In het uitvoeringsoverleg tussen de politievakorganisaties en de RKC is besloten dat er een gezamenlijke werkgroep komt die gaat kijken of het mogelijk is om tot een toekomstgericht landelijk beleidskader Telewerken te komen. Het onderzoek Telewerken uit 2002 wordt hierbij betrokken.
De huidige vergoedingen voor internetgebruik zoals het KLPD en het korps Flevoland die voor de aspiranten kennen, blijven dan ook gehandhaafd totdat er andere afspraken worden gemaakt in het landelijk georganiseerd overleg.
Het politiekorps stelt de politieambtenaar die een rechtstreeks publiekscontact heeft waardoor er sprake is van een verhoogde kans op besmetting met hepatitis B, in de gelegenheid om zich op kosten van het bevoegd gezag te laten vaccineren tegen hepatitis B. Onder deze doelgroep vallen in ieder geval de ambtenaren met publiekscontacten bijvoorbeeld de basispolitiezorg, de arrestantenverzorgers, baliemedewerker en de vreemdelingenpolitie. De vaccinatie vindt plaats op vrijwillige basis.
Artikel 2
Huishoudelijke regelingen
Onderdeel van Afspraken over de harmonisatie arbeidsvoorwaarden politie, tweede tranche· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 8 december 2010