Pauze in werktijd wordt in de werkgroep Inzetbaarheid, zoals bedoeld in de Packagedeal, besproken. De reeds bestaande regionale regelingen blijven bestaan totdat er een landelijke regeling is. Wijziging of afschaffing van een dergelijke regionale regeling dient plaats te vinden door middel van het landelijk georganiseerd overleg.
De regionale regelingen nachtdienstontheffing blijven tot 1 januari 2012 bestaan tenzij die regelingen van rechtswege eerder eindigen. Per 1 januari 2012 vervallen de regionale regelingen tenzij er tussen de werkgever en politievakorganisaties andere afspraken worden gemaakt over het nachtdienstregime, zoals thans in de Packagedeal staat vermeld. Daarin staat dat indien er geen andere afspraken worden gemaakt het nachtdienstregime vanaf 2012 als volgt zal luiden. Voor ambtenaren van 55 jaar en ouder moet op jaarbasis 50% van hetgeen een politieambtenaar gemiddeld1Voor het gemiddelde wordt een aantal van drie per periode aangehouden. In de volcontinu-dienst worden per periode (13 perioden in een jaar ) zeven diensten gedraaid. 50% van dit berekende aantal komt uit op circa drie nachtdiensten.op jaarbasis aan nachtdienst/nachtdienstconsignatie draait, haalbaar zijn. Hiermee wordt voorkomen dat alleen jongere ambtenaren met nachtdiensten worden belast. De inzet in de nachtdienst en nachtdienstconsignatie vindt alsdan op verzoek van de ambtenaar niet plaats tussen vrijdagavond 23.00 uur en maandagochtend 07.00 uur.
Naast de regionale regelingen bestaat er ook nog de Tijdelijke landelijke regeling nachtdienstontheffing politie, die is verlengd tot 1 januari 2012. (Stcrt. 26-03-10, nr 4613)
Er zijn diverse regionale regelingen waarbij aan de ambtenaar een afkoopbedrag wordt betaald voor consignatie. Dit afkoopbedrag komt niet overeen met de werkelijk gedraaide uren consignatie. Dit is in strijd met de regelgeving. Het Bbp (artikel 18) bepaalt de toelage voor de consignatie. Afwijking daarvan is niet toegestaan, de regionale regelingen zijn op dit punt derhalve in strijd met de landelijke regelgeving. De harmonisatie van deze regelingen wordt in de derde tranche van de harmonisatie meegenomen.
De reeds bestaande regionale regelingen blijven bestaan tot dat er in de derde tranche andere afspraken zijn gemaakt. Voor observanten is een afzonderlijke regeling getroffen (zie hierna) waarin nadere afspraken zijn gemaakt over consignatie.
Het betrof een regeling van het korps Amsterdam Amstelland, waarbij in geval van overwerk op een roostervrije dag voor tenminste 5 uur overwerk werd toegekend, verhoogd met een uur reistijd (in totaal dus minimaal 6 uur). Deze regeling is per 1 januari 2010 komen te vervallen, met de implementatie van de Verschuivingsvergoeding op dezelfde datum. In het regionale dienstvoorschrift ‘Operationele toelage, consignatietoelage en overwerk’ is deze bepaling komen te vervallen.
Het korps Amsterdam Amstelland kent de voorziening voor ambtenaren van het korps die in enig kalenderjaar 50 jaar of ouder zijn, verlof te reserveren ter financiering van hun RPU. Daarvoor kan maximaal dat aantal verlofuren dat per 31 december van dat kalenderjaar niet is genoten (artikel 23 Barp) en overgeheveld mag worden naar het verlofsaldo van het volgende kalenderjaar voor dat doel worden gereserveerd.
Deze regionale regeling wordt door middel van de volgende sterfhuisconstructie afgebouwd. Degenen, die op 1 januari 2015 55 jaar of ouder zijn (dus geboren voor 2 januari 1960) mogen jaarlijks maximaal de verlofuren, genoemd in artikel 23, eerste lid Barp, reserveren ten behoeve van de financiering van de arbeidstijdvermindering, bedoeld in artikel 13a Barp (Regeling partieel uittreden- RPU). Hetgeen voor de financiering van de RPU staat gereserveerd kan ook na 1 januari 2015 voor dat doel worden aangewend.
Het korps Limburg Zuid kent een regeling voor ambtenaren van 55 jaar en ouder die tenminste 10 jaar onafgebroken in dienst zijn geweest, waarbij op aanvraag van de ambtenaar de arbeidstijd per week met maximaal 11,1 % wordt verminderd met behoud van bezoldiging. Hiertoe levert de ambtenaar leeftijdsdagen in, wordt het aantal verlofuren naar evenredigheid berekend en geldt dat de vermindering van de arbeidstijd tenminste 2 uren per week bedraagt. De pensioenopbouw blijft gelijk aan de opbouw zoals die gold vóór het gebruik van de regeling. Deze regionale regeling wordt eveneens met een sterfhuisconstructie afgebouwd. Instroom in de regeling is mogelijk tot en met 1 januari 2015 (dus geboren voor 2 januari 1960) voor medewerkers die op die datum 55 jaar of ouder zijn.
In de werkgroep Regelgeving en Arbeidstijdenmanagement (WRA) worden voorstellen voorbereid voor het landelijk georganiseerd overleg. Zodra hierover besluiten zijn genomen zal nadere informatie worden verschaft. Tot zolang blijven de huidige regionale regelingen in stand.
Het gaat hier om verschillende vormen van buitengewoon verlof, bijvoorbeeld verlof voor vierdaagse, sport- en jeugdkampen, politieorkest, etc. Dit buitengewoon verlof kan geschaard worden onder artikel 39 Barp. De RKC heeft hierover reeds schriftelijke richtlijnen gegeven ten aanzien van het Nederlands Politieorkest (zie bijlage). Voor sport- en jeugdkampen wordt verwezen naar de circulaire uit 1982, die als bijlage is bijgevoegd.
Het onderwerp zal niet worden geharmoniseerd. Daarnaast blijven bijgaande bijlagen onverkort gelden. Indien een korps een regionale regeling wil wijzigen of afschaffen dan dient dit plaats te vinden door middel van het landelijk georganiseerd overleg.
Artikel 3
Bereikbaarheid en beschikbaarheid
Onderdeel van Afspraken over de harmonisatie arbeidsvoorwaarden politie, tweede tranche· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 8 december 2010