Een vergoeding voor huisvesting en reiskosten bij gezinsbezoek bij lange reisafstand tussen woning en opleiding wordt geregeld door artikel 14a aan het Brvvp toe te voegen. Het bevoegd gezag kan op grond van artikel 14a Brvvp op verzoek van de aspirant een vergoeding toekennen voor tijdelijke huisvesting indien het dagelijks heen en weer reizen tussen de woonplaats en de plaats waar de initiële opleiding wordt gevolgd, naar het oordeel van het bevoegd gezag bezwaarlijk is. De redenen die hierbij een rol spelen zijn: duur van de reis, de reisafstand, of betrokkene over eigen vervoer beschikt, beschikbaarheid openbaar vervoer en overige persoonlijke omstandigheden. Zie bijlage HAP II besluit.
Geconstateerd is dat vrijwel alle korpsen een bezwarenadviescommissie op basis van artikel 7:13 Awb hebben ingesteld. BZK zal contact opnemen met het korps waar deze commissie niet is ingesteld met het verzoek deze commissie alsnog in te stellen.
Het doorstromingsbeleid is in de circulaire loopbaanbeleid vastgelegd. Het betreft (deels) nieuw landelijk loopbaanbeleid waarbij de doorstroming van de executieven in de basispolitiezorg (thans: Assistent A tot en met senior GGP) is geregeld. Zie bijlage circulaire loopbaanbeleid. De regionale regelingen komen hiermee te vervallen.
Betreft buitengewoon verlof. Geconstateerd is dat slechts enkele korpsen regionale regelingen hebben; daarom is besloten dit niet te harmoniseren. Buitengewoon verlof kan op basis van artikel 39 Barp worden toegekend
Geconstateerd is dat er geen regionale regelingen zijn. Harmonisatie is niet nodig
Geconstateerd is dat het korps Amsterdam Amstelland voor de doorstroming van operationeel assistent s4 een eigen beleid heeft. Dit houdt in dat de operationeel assistent (rang surveillant) schaal 4, via doorloop van schaal 5, na het bereiken van het maximum van schaal 5, in aanmerking komt voor een toelage, waarmee zijn salaris doorloopt tot het maximum van schaal 6. Bij de aanvang van HAP II is afgesproken dat het korps Amsterdam Amstelland, dat inmiddels een nieuw beleid heeft ontwikkeld in het kader van ‘Binding en Behoud’ (waarmee een snellere doorgroei naar een hogere functie voor de operationeel assistenten (surveillant) mogelijk wordt), een overgangsmaatregel treft waarbij het ‘oude beleid’ mogelijk blijft voor een operationeel assistent als hij niet aan de nieuwe voorwaarden kan voldoen. Dit is vastgelegd in een uitvoeringsdocument ‘Binding en Behoud’. Hieruit volgt de uitsterfconstructie die aan de huidige (aangesteld voor 01/11/2010) operationeel assistenten (surveillanten), een garantie geeft. Als betrokkenen niet doorstromen naar niveau 3 kunnen zij na het bereiken van maximum van schaal 4, bij gebleken geschiktheid ingedeeld worden in schaal 5 en na het bereiken van dat maximum als operationeel assistent (surveillant) een toelage krijgen die aanvult tot het verschil in salarisschaal 6 tot uiterlijk het maximum in schaal 6.
Geconstateerd is dat dit achterhaald is in verband met de afschaffing van de flexbepalingen (vervallen artikel 4a Barp juncto artikel 6a Bbp).
Geconstateerd is dat dit achterhaald is in verband met de afschaffing van de flexbepalingen (vervallen artikel 4a Barp juncto artikel 6a Bbp).
Geconstateerd is dat er geen regionale regelingen zijn, harmonisatie is niet nodig. Detachering op basis van artikel 62 Barp blijft ongewijzigd. Zie tevens de model detacheringsovereenkomst, tot stand gekomen als gevolg van HAP I (Besluit model detacheringsovereenkomst, Stcrt. 2008, 235).
Daar waar het een terugkeergarantie betreft in het kader van een reorganisatie, is het in het Landelijk Sociaal Statuut geregeld. Verder is het verstrekken van een terugkeergarantie een gunst. In de praktijk zal er incidenteel sprake zijn van een terugkeergarantie. Maatwerk moet mogelijk zijn. Geen noodzaak tot harmonisatie.
Het leeftijdsbewust personeelsbeleid zal nader worden vormgegeven door de werkgroepInzetbaarheid. De huidige regionale regelingen blijven in stand totdat er landelijk andere afspraken zijn gemaakt. Uitzonderingen hierop zijn ‘Aanvulling door sparen verlof en volledig betaalde RPU (Limburg Zuid en Amsterdam)’ en de regionale regelingen nachtdienstontheffing.
Besloten is dit onderwerp niet te harmoniseren omdat met de circulaire doorstroombeleid en de regeling studiefaciliteiten hieraan al een uitwerking is gegeven.
Het HRM bureau van de VtsPN heeft een contourennota gemaakt. Deze nota zal als basis dienen voor de verdere ontwikkeling van een geïntegreerde cyclus voor beoordelen, functioneren en Persoonlijk Ontwikkelings Plan (POP). Op basis hiervan zal dan een landelijk beoordelingsformulier en -regeling c.a. worden ontwikkeld. Voor 31 december 2010 zal dit aan het landelijk georganiseerd overleg worden voorgelegd.
Er is een procesmodel bij de Politie Academie, loket EVC met betrekking tot ervaringscertificaten. Nadere informatie hierover is te vinden op het politiekennisnet.
Het gaat hier om regionale regelingen die geen arbeidsvoorwaardelijke of rechtspositionele elementen bevatten. Er is derhalve geen noodzaak tot harmonisatie.
Dit onderwerp is geregeld in de Regeling studiefaciliteiten politie, harmonisatie heeft hiermee plaatsgevonden.
Dit is reeds geharmoniseerddoor opneming vanartikel 72a Barp en de circulaire van 01/02/2007.
Er is geen enkele regionale regeling die stagebeleid voor eigen ambtenaren regelt. Het betreffen regelingen voor externen. Dit is in HAP I reeds geharmoniseerd.
Artikel 5
Hrm-regelingen
Onderdeel van Afspraken over de harmonisatie arbeidsvoorwaarden politie, tweede tranche· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 8 december 2010