Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Inleiding

Onderdeel van Erfbelasting, fictieve verkrijging, levensverzekering en derdenbeding, premiesplitsing· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 22 december 2010

Dit besluit bevat het beleid over de toepassing van artikel 13 van de Successiewet. Verkrijgingen krachtens levensverzekering of derdenbeding als gevolg van of na het overlijden van een persoon gelden civielrechtelijk niet als erfrechtelijke verkrijgingen. Ze zijn materieel gezien wel gelijk te stellen aan erfrechtelijke verkrijgingen. Deze verkrijgingen worden als fictieve erfrechtelijke verkrijgingen in de heffing van erfbelasting betrokken (artikel 13 van de Successiewet). In het kader van de herziening van de Successiewet is artikel 13 gewijzigd. Artikel 23 (premieaftrek) is vervallen per 1 januari 2010. Vanaf 2010 geldt voor artikel 13 het uitgangspunt dat een verzekeringsuitkering door overlijden van de erflater, is belast voor zover de verkrijging kan worden toegerekend aan een onttrekking aan het vermogen van de erflater. De uitwerking wordt toegelicht aan de hand van het voorbeeld van een echtpaar dat is gehuwd in wettelijke gemeenschap van goederen. De echtgenoten hebben een levensverzekering gesloten die uitkeert bij het overlijden van één van hen. De premies zijn uit de gemeenschap betaald. Één van de echtgenoten komt te overlijden, waardoor de verzekering uitkeert. Voor de uitkering is de helft van de betaalde premies ontrokken aan het vermogen van de erflater (artikel 23 van de Successiewet, zoals dat gold tot 2010). Tot 2010 werd dan de gehele uitkering belast met successierecht (afgezien van de partnervrijstelling). Er was voor de uitkering immers «iets» aan het vermogen van de erflater onttrokken. Op de uitkering kon de helft van de betaalde premies in mindering worden gebracht, want dat deel van de premies is afkomstig uit het vermogen van de langstlevende echtgenoot/begunstigde. Vanaf 2010 wordt niet meer gewerkt met de systematiek van premieaftrek, maar wordt slechts het deel van de uitkering belast dat kan worden toegerekend aan een onttrekking aan het vermogen van de erflater. In het hiervoor gegeven voorbeeld is de helft van de premies afkomstig uit het vermogen van de erflater zodat onder de nieuwe bepaling dan ook slechts de helft van de uitkering in de heffing van erfbelasting wordt betrokken. Voorts blijft de uitkering buiten de heffing voor zover het recht op de uitkering bij de verkrijger reeds eerder aan de heffing van schenk- of erfbelasting is onderworpen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien een lopende polis is vererfd. Ook dit is een versoepeling ten opzichte van de bestaande systematiek, waarin op grond van het per 2010 vervallen artikel 23 van de Successiewet slechts een aftrek is toegestaan van het bedrag waarover schenk- of erfbelasting is geheven. Er is geen premieaftrek meer mogelijk. In samenhang met de wijziging van artikel 13 van de Successiewet is artikel 23 van de Successiewet vervallen. Alleen bij toepassing van artikel 13, tweede lid, van de Successiewet is aftrek mogelijk. Aftrekbaar is de waarde van hetgeen de verkrijger voor zijn verkrijging heeft opgeofferd of van hetgeen door de erflater ten laste van de verkrijger werd bedongen, tot maximaal het bedrag van de verkrijging (artikel 7, eerste lid, van de Successiewet). Successiewet: Successiewet 1956

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel