Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Onttrokken aan het vermogen. Premiesplitsing

Onderdeel van Erfbelasting, fictieve verkrijging, levensverzekering en derdenbeding, premiesplitsing· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 22 december 2010

Hierna is aangegeven wanneer er bij overlijdensuitkeringen krachtens een overeenkomst van levensverzekering iets is onttrokken aan het vermogen van de erflater. Dit betreft met name situaties waarin met betrekking tot de verzekeringsovereenkomst een ‘premiesplitsing’ is overeengekomen. Premiesplitsing komt voor bij gemengde verzekeringen. Bij een gemengde verzekering komt het kapitaal tot uitkering bij in leven zijn van de verzekerde(n) op een bepaald tijdstip, of bij overlijden van (één van) de verzekerde(n) vóór dat tijdstip. De premie kan dan gesplitst worden in een gedeelte voor de uitkering bij leven en een gedeelte voor de uitkering bij overlijden. Voor artikel 13 van de Successiewet is van belang of door premiesplitsing voor de overlijdensuitkering iets is onttrokken aan het vermogen van de verzekerde (de erflater). Omwille van de rechtszekerheid beschrijf ik hierna onder welke voorwaarden bij een premiesplitsing geldt dat voor de uitkering bij overlijden niets is onttrokken aan het vermogen van de erflater. Naar aanleiding van het toenmalige premiesplitsingsbesluit heeft het Verbond van Verzekeraars een rapport opgesteld over premiesplitsing voor de Successiewet. Over de inhoud van dit rapport (‘Premiesplitsing i.v.m. successierecht’ d.d. 24 juni 1999) is overleg gevoerd met de Belastingdienst. Het rapport bevat naast methoden voor premiesplitsing ook een aantal meer juridische onderwerpen die eveneens betrekking hebben op de premiesplitsing. De uitgangspunten van het rapport kunnen worden gevolgd, ook voor zover die niet direct betrekking hebben op de actuariële premiesplitsing. De nog geldende toezeggingen en goedkeuringen uit het rapport zijn opgenomen in dit besluit. Voor de beantwoording van de vraag of er iets is onttrokken aan het vermogen van de erflater is een aantal factoren van belang. De volgende elementen worden hierna behandeld: de verschuldigdheid en de betaling van de premie (onderdelen 2.2 tot en met 2.4); het huwelijksgoederenregime of het samenlevingscontract van de overledene tijdens diens leven (onderdeel 2.5); het tijdstip van beoordeling (onderdeel 2.6); de overdracht en toescheiding van lopende verzekeringen (onderdeel 2.7); en de samenhang tussen verzekeringen (onderdeel 2.8). Bij de beoordeling van de vraag of voor een verzekeringsuitkering een onttrekking aan het vermogen van de erflater heeft plaatsgevonden, is onder meer van belang door wie de verzekeringspremie aan de verzekeraar verschuldigd was. Volgens vaste jurisprudentie wordt aangesloten bij de verschuldigdheid van de premie, en niet bij de betaling. Het arrest van de Hoge Raad van 17 februari 1954, BNB 1954/140, geldt volgens latere uitspraken van gerechtshoven nog steeds als leidraad. Met verschuldigdheid van premie wordt in dit kader bedoeld verschuldigdheid aan de verzekeraar. De verschuldigdheid moet zijn overeengekomen tussen de verzekeraar en degene die premie verschuldigd is (hierna: de premieplichtige). Indien er twee of meer premieplichtigen zijn, blijkt de verschuldigdheid van premie door elk van hen uit: een door alle premieplichtigen ondertekend en gedagtekend aanvraagformulier, én de polis of een bij de polis behorend clausuleblad. Een gesplitste premie houdt niet automatisch in dat er ook premieverschuldigdheid door meer dan één persoon bestaat. Een afspraak over premieverschuldigdheid waarbij de verzekeraar of een premieplichtige geen partij is, mist in dit verband fiscale betekenis. Een eenzijdige verklaring van een verzekeraar of een andere persoon (bijvoorbeeld de begunstigde) dat premie is verschuldigd, is bijvoorbeeld niet voldoende. Uitgangspunt is dat duidelijk is welke premie voor rekening van welke persoon komt. Afzonderlijke incasso is voor de meeste verzekeraars niet uitvoerbaar gebleken. Uit praktische overwegingen kan bij meerdere premieplichtigen de verzekeraar volstaan met één incasso. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: De aanvraag bevat de volgende verklaringen: Alle premieplichtigen die zijn betrokken bij de verzekeringsovereenkomst gaan ermee akkoord dat de door hen verschuldigde premie wordt geïncasseerd bij de (eerste) verzekeringnemer. De premieplichtige voor het overlijdensdeel verzoekt de verzekeraar zich voor de incasso van de door hem verschuldigde premie te richten tot de (eerste) verzekeringnemer. De (eerste) verzekeringnemer verklaart zich akkoord met deze wijze van incasso. De hiervoor genoemde afgegeven verklaringen zijn ook van toepassing na elke mutatie van de verzekering, tenzij de mutatie meebrengt dat die verklaringen niet meer in die vorm kunnen worden uitgevoerd of één of alle premieplichtigen bij de verzekeraar aangeven van deze eerder afgelegde verklaringen te willen afwijken. In dat geval worden de verklaringen opnieuw door de premieplichtingen afgelegd en door de betrokkenen akkoord bevonden. Voor verzekeringen die zijn afgesloten voor 1 juli 2000, heeft de wijze van premie-incasso geen gevolgen voor de premiesplitsing. Wie de premie feitelijk betaalt, is in dit verband niet van belang. Betaling van premie door een ander dan degene die de premie aan de verzekeraar is verschuldigd, betekent op zich niet dat daardoor voor de uitkering iets onttrokken is aan het vermogen van de betaler. Betaling houdt in dit geval niet meer in dan een betaling in plaats van de premieplichtige. De betaler krijgt hierdoor een vordering wegens onverschuldigde betaling op de premieplichtige. Als de vordering niet hoeft te worden betaald is dat een schenking aan de premieplichtige. Als de premie of een gedeelte daarvan op enig moment verschuldigd is geweest door de erflater (de verzekerde), dan is er voor de overlijdensuitkering normaliter een onttrekking aan het vermogen van de erflater geweest. De verschuldigdheid van één premiebetaling is hiervoor al voldoende. Als de premie voor de overlijdensuitkering niet door de erflater, maar door een ander was verschuldigd, dan is er voor de overlijdensuitkering geen onttrekking aan het vermogen van de erflater geweest. Premie die is verschuldigd door de echtgenoot of zijn partner kan door het huwelijksgoederenregime of het samenlevingscontract toch geheel of gedeeltelijk ten laste van het vermogen van de erflater komen. Bij een dergelijk huwelijksgoederenregime of samenlevingscontract mist een afzonderlijke regeling van de verschuldigdheid van de premie dan ook betekenis voor de toepassing van artikel 13 van de Successiewet. Er wordt dan wel gezegd dat het huwelijksgoederenregime of het samenlevingscontract ‘de constructie niet kan dragen’. Als de erflater (de verzekerde) en de premieplichtige met elkaar in wettelijke gemeenschap van goederen waren gehuwd, dan is de tijdens de huwelijksperiode verschuldigde premie voor de helft aan het vermogen van de erflater onttrokken. Bij huwelijksvoorwaarden wordt aan de hand van die voorwaarden beoordeeld of de tijdens de huwelijksperiode verschuldigde premie (gedeeltelijk) ten laste van het vermogen van de erflater is gekomen. Bij een huwelijk buiten elke gemeenschap van goederen waarbij de premie was verschuldigd door de echtgenoot van de erflater, is voor de overlijdensuitkering in beginsel geen onttrekking aan het vermogen van de erflater geweest. Dit kan anders zijn indien de huwelijksvoorwaarden een verrekenbeding bevatten. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het beding dat bij overlijden van een van de echtgenoten verrekend zal worden alsof zij in wettelijke gemeenschap van goederen waren gehuwd. Bij een dergelijk beding wordt de helft van de tijdens de huwelijksperiode betaalde premie geacht te zijn onttrokken aan het vermogen van de erflater. Bij een beperkte gemeenschap van goederen zal aan de hand van de huwelijksvoorwaarden vastgesteld moeten worden of de premie ten laste is gekomen van het gemeenschappelijke vermogen of ten laste van het privé-vermogen van de echtgenoot van de erflater. Bij een gemeenschap van vruchten en inkomsten wordt ervan uitgegaan dat de premie – indien niet anders is bepaald – als een huishoudschuld ten laste komt van het gemeenschappelijke vermogen. De helft van de premie is dan onttrokken aan het vermogen van de erflater. Als de erflater en de premieplichtige ongehuwd samenwoonden met een samenlevingscontract dan geldt het volgende. Aan de hand van het samenlevingscontract wordt beoordeeld of door de partner van de erflater verschuldigde premie een privé-schuld van die partner was of een schuld die beide partners in hun onderlinge verhouding aanging. Als de premie een schuld was die de partners in hun onderlinge verhouding aanging dan is de helft van de premie die tijdens de samenlevingsperiode was verschuldigd, onttrokken aan het vermogen van de erflater. Voor de beoordeling van de vraag of voor een verzekeringsuitkering iets is onttrokken aan het vermogen van de erflater, is de situatie op het tijdstip van overlijden beslissend. Ook als de erflater tijdens zijn leven voor de verzekeringsuitkering premie verschuldigd is geweest, houdt dat dus niet altijd automatisch in dat er voor de uitkering iets aan zijn vermogen is onttrokken. Het omgekeerde kan overigens ook het geval zijn. Ook als de erflater wel premie was verschuldigd, kan uiteindelijk blijken dat er niet is onttrokken aan zijn vermogen. Dit geldt bijvoorbeeld in de volgende gevallen. De erflater heeft de rechten op de verzekering tijdens zijn leven overgedragen aan een ander, bijvoorbeeld de begunstigde (veelal de echtgenoot of partner). De rechten op de verzekering zijn bij wijziging van het huwelijksgoederenregime of echtscheiding toegescheiden aan de (gewezen) echtgenoot. In onderdeel 5 wordt nader ingegaan op de vraag wanneer er in dergelijke situaties vanuit gegaan mag worden dat er niet is onttrokken aan het vermogen van de erflater. Samenhangende verzekeringen die op afzonderlijke polissen zijn afgesloten worden in hun onderlinge samenhang beoordeeld. Zo kan de samenhang met een andere, door de erflater afgesloten, verzekering zodanig zijn dat er voor de uitkering toch iets aan diens vermogen is onttrokken. Er kan sprake zijn van samenhang tussen verzekeringen indien bepaalde componenten van de verzekeringen, zoals looptijd en premies, op elkaar zijn afgestemd. Een premievoordeel in verband met de onderlinge samenhang tussen afzonderlijke polissen wordt naar evenredigheid aan de verschillende verzekeringen toegerekend. Zie ook hiervoor de systematiek die is aangegeven in onderdeel 4.3.

Rechtspraak bij dit artikel