Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Premiesplitsing

Onderdeel van Erfbelasting, fictieve verkrijging, levensverzekering en derdenbeding, premiesplitsing· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 22 december 2010

Bij een overlijdensuitkering op één leven zal de premie door één persoon zijn verschuldigd. Premiesplitsing zal hierbij niet aan de orde zijn. Als bij andere verzekeringen de volledige premie door één persoon verschuldigd is, geldt in principe hetzelfde. Bij bepaalde levensverzekeringsvormen is het niet ongebruikelijk dat met de verzekeraar een ‘premiesplitsing’ wordt overeengekomen. Omwille van de rechtszekerheid vermeld ik hierna onder welke voorwaarden er bij een premiesplitsing van kan worden uitgegaan dat er voor de overlijdensuitkering geen onttrekking aan het vermogen van de erflater heeft plaatsgevonden. Hierna wordt met betrekking tot de volgende verzekeringsvormen, aangegeven onder welke voorwaarden een premiesplitsing tot gevolg kan hebben dat er voor de uitkering bij overlijden geen onttrekking aan het vermogen van de erflater heeft plaatsgevonden: de overlijdensverzekering op twee levens; de gemengde verzekering op één leven; en de gemengde verzekering op twee levens. Een overlijdensverzekering op twee levens is de verzekering op de levens van twee verzekerden die tot uitkering komt bij het eerste overlijden van een van beide verzekerden. Een premiesplitsing houdt in dat de premie wordt gesplitst in: een gedeelte voor de uitkering bij het overlijden van de ene verzekerde als eerste; en een gedeelte voor de uitkering bij het overlijden van de andere verzekerde als eerste. Een gemengde verzekering op één leven is de verzekering op het leven van de verzekerde die tot uitkering komt op: de einddatum van de verzekering indien de verzekerde dan in leven is; of bij overlijden van de verzekerde vóór de einddatum. De verschuldigdheid van de premie is alleen afhankelijk van het leven van de verzekerde. De premieplicht stopt niet bij het overlijden van de premieplichtige. Bij overlijden van de premieplichtige gaat de premieplicht over op zijn erfgenamen. Een premiesplitsing houdt in dat de premie wordt gesplitst in: een gedeelte voor de uitkering bij leven, en een gedeelte voor de uitkering bij overlijden. Een gemengde verzekering op twee levens is de verzekering op de levens van twee verzekerden die tot uitkering komt op; de einddatum van de verzekering als beide verzekerden dan in leven zijn; of bij het eerste overlijden van een van beide verzekerden vóór de einddatum. Een premiesplitsing houdt in dat de premie wordt gesplitst in: een gedeelte voor de uitkering bij leven van beide verzekerden; een gedeelte voor de uitkering bij het overlijden van de ene verzekerde als eerste; en een gedeelte voor de uitkering bij het overlijden van de andere verzekerde als eerste. Als voor de verzekeringen de volledige premie door één persoon was verschuldigd dan is geen premiesplitsing overeengekomen. Voor de beoordeling of voor de uitkering bij overlijden iets aan het vermogen van de erflater is onttrokken, geldt dezelfde beoordeling als bij een overlijdensverzekering op één leven. Bij premiesplitsing kan er van worden uitgegaan dat er voor de uitkering bij overlijden geen onttrekking heeft plaatsgevonden aan het vermogen van de erflater als is voldaan aan de hierna opgenomen voorwaarden. Hierbij geldt uiteraard steeds dat samenhangende verzekeringen die niet als één verzekering op één polis worden afgesloten, maar als meerdere afzonderlijke verzekeringen op meerdere polissen (eventueel met een verbindingsclausule) in hun onderlinge verband worden bekeken. Het gedeelte van de premie voor de uitkering bij overlijden was verschuldigd door een ander dan de erflater. Niet voldoende is dat het vorenbedoelde gedeelte van de premie door een ander betaald werd. Niet de betaling, maar de verschuldigdheid is beslissend. Zie in dit verband ook de onderdelen 2.2 en 2.3. De splitsing van de premie is door de premieplichtigen overeengekomen met de verzekeraar. De verschuldigdheid aan de verzekeraar van de premiegedeelten door de verschillende premieplichtigen blijkt uit de polis of een bij de polis behorend clausuleblad én een door alle premieplichtigen ondertekend en gedagtekend aanvraagformulier. Een premiesplitsing die niet met de verzekeraar werd overeengekomen heeft in dit verband dus geen fiscale betekenis. Het gedeelte van de premie voor de uitkering bij overlijden mag op grond van het huwelijksgoederenregime of het samenlevingscontract niet toch ten laste van het vermogen van de erflater zijn gekomen. Zie in dit verband onderdeel 2.5 van dit besluit. Voor de beoordeling of sprake is van een onttrekking aan het vermogen van de erflater, is het tijdstip van overlijden beslissend. Bij de beoordeling zijn mede van belang de uitgangspunten voor beoordelingstijdstip en overdracht, toescheiding en wijziging van een lopende verzekering. Zie de onderdelen 2.6, 2.7 en 5 van dit besluit. De wijze van premiesplitsing is afhankelijk van het type verzekering. Per type verzekering gelden de volgende uitgangspunten. Het gedeelte van de premie voor de uitkering bij overlijden van de ene verzekerde en het gedeelte voor de uitkering bij overlijden van de andere verzekerde zijn ten minste gelijk aan de aandelen van die overlijdensgedeelten in de verschuldigde premie naar verhouding van de zuiver actuariële premiebestanddelen voor de uitkeringen op elk leven afzonderlijk. Het gedeelte van de premie voor de uitkering bij overlijden is ten minste gelijk aan het aandeel van het overlijdensgedeelte in de verschuldigde premie naar verhouding van de zuiver actuariële premiebestanddelen voor de afzonderlijke uitkeringen bij leven en overlijden. Het gedeelte van de premie voor de uitkering bij overlijden van de ene verzekerde en het gedeelte voor de uitkering bij overlijden van de andere verzekerde zijn ten minste gelijk aan de aandelen van die overlijdensgedeelten in de verschuldigde premie naar verhouding van de zuiver actuariële premiebestanddelen voor de uitkeringen bij leven en die bij overlijden op elk leven afzonderlijk. De hiervóór genoemde voorwaarden 1 tot en met 4 gelden voor alle verzekeringen (zowel euro- als beleggingsverzekeringen) waarbij premiesplitsing is overeengekomen. De wijze waarop de premie gesplitst moet worden zal voor iedere specifieke verzekeringsvorm aan de hand van de inhoud van de verzekeringsovereenkomst bepaald moeten worden. Uitgangspunt is hierbij steeds dat de premiecomponenten naar evenredigheid worden toegerekend aan de zuiver actuariële premiebestanddelen voor de verschillende uitkeringen. Voor de premiebestanddelen die betrekking hebben op de afzonderlijke uitkering(en) bij overlijden, wordt steeds uitgegaan van de premie voor het volledige bedrag van de uitkering. Een premie die slechts betrekking heeft op het zogenaamde risicokapitaal is dus niet voldoende. Als een premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid is overeengekomen, is de ‘verschuldigde premie’ de premie inclusief de premieopslag voor de premievrijstelling. Bij een recht op winst- of overrentedeling of iets vergelijkbaars, wordt dit recht afzonderlijk berekend voor de afzonderlijke delen van de overeenkomst. Er mag dus geen sprake zijn van winstoverheveling vanuit het levendeel naar het overlijdensdeel. Bij verhoging van de verzekerde kapitalen stelt de verzekeraar ook voor deze verhoging de zuiver actuariële premies vast voor elk van de afzonderlijke delen van de overeenkomst. Na deze premieverhoging mag de totale premie gesplitst worden in verhouding tot de som van de actuariële premies voor de afzonderlijke delen. Er hoeft derhalve bij de toerekening van de totale premie geen afzonderlijke berekening van de premiesplitsing te worden bijgehouden voor elke verhoging van de premie.

Rechtspraak bij dit artikel