Rechten op de polis kunnen tijdens de looptijd door de erflater zijn overgedragen aan een derde of aan zijn echtgenoot of partner. Ook kunnen rechten op de polis zijn toegewezen of toegescheiden aan de (gewezen) echtgenoot (bijvoorbeeld bij wijziging van het huwelijksgoederenregime of bij echtscheiding).
Voor de overlijdensuitkering is er geen onttrekking aan het vermogen van de erflater geweest als is voldaan aan de volgende voorwaarden:
De rechten op de verzekering worden overgedragen of toegescheiden tegen de waarde in het economische verkeer van de lopende verzekering.
De verkrijger is vanaf het tijdstip van de overdracht de premie verschuldigd.
Bij overdracht of toescheiding aan de echtgenoot of partner zal het huwelijksgoederenregime of het samenlevingscontract "de constructie moeten kunnen dragen". Zie in dit verband onderdeel 2.5.
Het kan voorkomen dat echtgenoten of partners pas tijdens de looptijd van de verzekering overgaan tot premiesplitsing. In dat geval zal verrekening moeten plaatsvinden om te kunnen bereiken dat bij overlijden geen onttrekking aan het vermogen van de erflater (de verzekerde) blijkt te hebben plaatsgehad. Er is voor de overlijdensuitkering geen onttrekking aan het vermogen van de erflater geweest indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:
De echtgenoot of partner van de verzekerde (de erflater) vergoedt aan de verzekerde de waarde in het economische verkeer van de overlijdenscomponent die de lopende verzekering heeft op het tijdstip van de premiesplitsing.
Vanaf het tijdstip van premiesplitsing wordt voldaan aan de voorwaarden van onderdeel 4.
Bij overdracht of toescheiding van een gemengde verzekering mag voor de waarde in het economische verkeer van de lopende verzekering worden uitgegaan van de waarde die kan worden toegerekend aan de overlijdenscomponent van de verzekering. Ik merk op dat deze waardebepaling alleen betrekking heeft op de toepassing van artikel 13 van de Successiewet. Als voor een gemengde verzekering slechts de overlijdenscomponent wordt vergoed, kan heffing van schenkbelasting aan de orde komen ten aanzien van de levencomponent.
De waarde in het economische verkeer van een lopende verzekering zal, voor zover het een overlijdensverzekering betreft, doorgaans gesteld kunnen worden op de reservewaarde van die overlijdensverzekering. Deze kan bepaald worden op de contante waarde (koopsom) van het verschil in premie van de oorspronkelijke verzekering en de premie die in dat geval verschuldigd zou zijn voor een nieuwe verzekering met hetzelfde kapitaal bij overlijden met eenzelfde resterende looptijd.
Bij de vaststelling van de waarde zal in ieder geval rekening moeten worden gehouden met alle feiten en omstandigheden (met name de gezondheidstoestand van de verzekerde) die van belang zijn bij het afsluiten van een nieuwe verzekering. De waarde van een verzekering kan door bepaalde omstandigheden beduidend hoger zijn dan de reservewaarde welke die verzekering onder normale omstandigheden zou hebben. Zo zal de waarde van een verzekering die wordt overgedragen of toegescheiden op een moment dat de gezondheidstoestand van de verzekerde slecht is, aanzienlijk boven de normale reservewaarde van de verzekering kunnen liggen. Bij de overdracht of toescheiding in het zicht van overlijden van de verzekerde zal de waarde dicht aanliggen tegen het bedrag van de uitkering bij overlijden.
Bij de bepaling van de waarde in het economische verkeer speelt ook de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid een rol. Voor reeds (gedeeltelijk) premievrije verzekeringen zal bij de waardeberekening met deze premievrijstelling rekening gehouden moeten worden.
Artikel 5
Overdracht, toescheiding van een lopende verzekering en premiesplitsing tijdens de looptijd
Onderdeel van Erfbelasting, fictieve verkrijging, levensverzekering en derdenbeding, premiesplitsing· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 22 december 2010