De Handreiking bevat een beschrijving van het proces om te komen tot een verantwoorde toepassing van grond en baggerspecie bij de herinrichting van diepe plassen. Met het oog op de belangen van derden verdient het aanbeveling om van de melding van de voorgenomen toepassing van grond of baggerspecie in een diepe plas openbaar kennis te geven, bijvoorbeeld in een huis-aan-huisblad of op een openbaar toegankelijke website. Een derde belanghebbende die het niet eens is met een voorgenomen toepassing van grond en baggerspecie in een diepe plas, kan het bevoegd gezag op grond van artikel 18.14 van de Wet milieubeheer verzoeken om daartegen handhavend op te treden. Bij de voorbereiding op de beslissing op dit verzoek zal het bevoegd gezag de motivering van de verzoeker, de melding, de daarbij gevoegde gegevens en eventueel het door de melder opgestelde inrichtingsplan betrekken. De beslissing van het bevoegde gezag op dit verzoek is vatbaar voor bezwaar en beroep (op grond van artikel 6:2 van de Algemene wet bestuursrecht).
Wanneer het bevoegd gezag oordeelt dat een voorgenomen toepassing geen doorgang kan vinden zal de initiatiefnemer tegen het eventueel daarop volgende handhavingsbesluit bezwaar kunnen maken en beroep kunnen instellen.
De procedurele bepalingen die gelden voor het tot stand brengen van een nota bodembeheer en de daarbij behorende rechtsbescherming zijn hiervoor reeds beschreven.
Artikel 11
Rechtsbescherming
Onderdeel van Circulaire herinrichting van diepe plassen· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 24 december 2010