De melding van de voorgenomen toepassing moet op grond van artikel 42 van het Besluit bodemkwaliteit ten minste vijf werkdagen voor de toepassing worden gedaan. Voor toepassingen van grond en baggerspecie in diepe plassen zijn vijf werkdagen te kort voor het bevoegde gezag om een melding op alle merites te beoordelen. Om vertragingen of problemen in de uitvoering te voorkomen heeft het dan ook de voorkeur dat de initiatiefnemer zijn melding met bijbehorend inrichtingsplan uiterlijk vier weken voor aanvang van de beoogde toepassing bij het bevoegde gezag indient. Het bevoegde gezag wordt geadviseerd om dit punt uitdrukkelijk aan de orde te stellen in de communicatie met en de voorlichting aan de toepassers.
Het bevoegd gezag dat op basis van de melding en het daarbij gevoegde inrichtingsplan oordeelt dat de toepassing van grond of baggerspecie niet functioneel of nuttig is of niet voldoet aan de eisen van het Besluit bodemkwaliteit (inclusief de zorgplicht) zal aan de initiatiefnemer mededelen dat de toepassing niet is toegestaan. Zo nodig kan het bevoegd gezag met handhavingsmiddelen voorkomen dat de toepassing doorgang vindt.
Het bevoegd gezag dat constateert dat een toepassing niet voldoet aan het van toepassing zijnde aanvullende milieuhygiënisch toetsingskader, zal nader moeten bekijken of ook schending van de zorgplicht van artikel 7 van het Besluit bodemkwaliteit aan de orde is. Als dat inderdaad het geval is kan ook daartegen handhavend worden opgetreden.
Ook later in het proces kan het bevoegd gezag nog handhavend optreden als blijkt dat niet wordt voldaan aan de eisen of de zorgplicht.
Artikel 10
Procedures
Onderdeel van Circulaire herinrichting van diepe plassen· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 24 december 2010