Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Beoordeling door het bevoegd gezag

Onderdeel van Circulaire herinrichting van diepe plassen· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 24 december 2010

Bij de melding van de voorgenomen toepassing dienen de ingevolge het Besluit bodemkwaliteit vereiste gegevens te worden gevoegd. Het bevoegd gezag beoordeelt op basis daarvan of voldaan wordt aan de hiervoor beschreven drie voorwaarden en de zorgplicht van het Besluit bodemkwaliteit. Voor de beoordeling op nut en functionaliteit, op het voldoen aan de kwaliteitseisen alsmede voor het beoordelen van de beheersaspecten is een door de melder over te leggen inrichtingsplan nodig. Dit omvat de onderdelen die in de Handreiking zijn beschreven. In dit inrichtingsplan onderbouwt de initiatiefnemer op welke wijze de voorgenomen toepassing bijdraagt aan de ontwikkeling van de diepe plas. Dat zou kunnen aan de hand van de ontwikkeling die is voorzien in: gemeentelijke en provinciale (bestemmings)plannen, structuurvisies en verordeningen (Wet ruimtelijke ordening, Wet milieubeheer etc.); regionale waterplannen en beheerplannen (Waterwet); natuurbeleidsplannen (Natuurbeschermingswet 1998). In deze documenten zal over het algemeen zijn vastgelegd welke ontwikkeling is voorzien voor diepe plassen. Wanneer de toepassing van grond of baggerspecie past binnen deze ontwikkeling kan dat worden meegenomen in de motivering dat er sprake is van een nuttige en functionele toepassing. Als deze documenten niets zeggen over het verondiepen of herinrichten van de diepe plas dan moet de melder op een andere wijze aantonen dat de toepassing functioneel en nuttig is. Om te beoordelen of voldaan wordt aan de zorgplicht is het nodig om: aan de hand van de melding en het inrichtingsplan te beoordelen of wordt voldaan aan de randvoorwaarden zoals opgenomen in de Handreiking, en te toetsen aan het gebiedsspecifieke kader (lokale maximale waarden) dat voor de diepe plas is vastgelegd in een besluit als bedoeld in artikel 45 van het Besluit bodemkwaliteit (nota bodembeheer) of, indien geen gebiedsspecifiek beleid is vastgesteld, te toetsen aan de (aanvullende) generieke kaders zoals opgenomen in de Handreiking.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel