**1.** Indien in een noodsituatie niet kan worden voldaan aan artikel 2.10, eerste lid, van de wet geeft de gezagvoerder van het schip of luchtvaartuig en de daarmee vervoerde goederen daarvan onverwijld kennis aan de inspecteur. Artikel 2.14, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**2.** Indien de goederen niet volledig zijn verloren gegaan, wordt de inspecteur in kennis gesteld van de plaats waar de goederen zich bevinden.
**3.** De inspecteur neemt de nodige maatregelen om het douanetoezicht op het in het eerste lid bedoeld schip of luchtvaartuig en de daarmee vervoerde goederen mogelijk te maken en om ervoor te zorgen dat deze vervoermiddelen en goederen naar een douanekantoor of naar een andere door hem aangewezen plaats worden overgebracht.
**4.** Indien goederen als bedoeld in het eerste lid ten invoer worden aangegeven na voorafgaande uitvoer en de goederen zich rechtmatig in het vrije verkeer bevonden, kan van de heffing van belastingen ter zake van de invoer worden afgezien.
**5.** Indien de ten invoer aangegeven goederen aan de heffing van belastingen ter zake van de invoer zijn onderworpen, kan van die heffing worden afgezien, voor zover sprake is van invoer na voorafgaande uitvoer en ter zake van die uitvoer geen teruggaaf van belasting is verleend.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Douane-
en Accijnswet BES in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Douane- en Accijnswet BES in werking
treedt.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.5
Artikel 2.16
Artikel 2.16
Onderdeel van Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011