Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.5

Artikel 2.17

Artikel 2.17

Onderdeel van Uitvoeringsregeling Douane- en Accijnswet BES· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011

1. De persoonlijke bagage die reizigers met zich voeren wordt bij aankomst in de haven of op de luchthaven ter visitatie aan de douane aangeboden. 2. Bagage van reizigers, welke bagage niet door hen worden begeleid, wordt ingeklaard door inlevering van een verklaring tot inklaring onder vermelding van reizigersbagage en van het aantal colli op de daarin vervatte vrachtlijst of goederenmanifest. 3. Mondelinge aangiften, die worden gedaan door reizigers, worden door de ambtenaren in een register geschreven waarvan elke bladzijde bestaat uit een vaste en een losse strook. De losse strook, die na betaling van de verschuldigde belastingen uitgescheurd wordt, dient als kwitantie waarop de visitatie plaatsvindt. 4. Indien dat is overeengekomen tussen de inspecteur en de ontvanger, geschiedt de inning van de verschuldigde belastingen hetzij door de ontvanger hetzij door de visterende ambtenaren zelf. De ambtenaar, die de verschuldigde belastingen int, is verantwoordelijk voor de berekening, ontvangst en afdracht daarvan. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Douane- en Accijnswet BES in werking treedt. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Douane- en Accijnswet BES in werking treedt.

Rechtspraak bij dit artikel