Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › § 12

Artikel 1.12.1

Artikel 1.12.1

Onderdeel van Regeling aanspraken zorgverzekering BES· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Langdurige zorg omvat: Persoonlijke verzorging, verpleging of begeleiding: door een door het Zorgverzekeringskantoor BES aangewezen instelling voor thuiszorg, een verzorgingshuis, verpleeghuis of instelling voor gehandicapten ten huize van een verzekerde in verband met een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid of op herstel of voorkoming van verergering van de aandoening, beperking of handicap; bij verblijf als bedoeld in onderdeel b; verblijf in een verzorgingshuis, verpleeghuis of instelling voor gehandicapten in verband met een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap indien de verzekerde is aangewezen op een beschermende woonomgeving, therapeutisch leefklimaat dan wel permanent toezicht; behandeling, die noodzakelijk is in verband met de aandoening, beperking, stoornis of handicap van de verzekerde, omvattende: geneeskundige zorg van specifiek medische, specifiek gedragswetenschappelijke of specifiek paramedische aard; en geneeskundige zorg zoals klinisch-psychologen en psychiaters plegen te bieden in verband met de psychische stoornis van de verzekerde. 2. De echtgenoot van een persoon met een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking die op grond van een besluit van de Indicatiecommissie bedoeld in artikel 1.12.3, dan wel, zolang deze niet is ingesteld, die met toestemming van het Zorgverzekeringskantoor BES in een instelling verblijft, heeft aanspraak op verblijf in dezelfde instelling. Hij behoudt aanspraak op verblijf in die instelling na het overlijden van zijn echtgenoot danwel na het vertrek van zijn echtgenoot naar een andere instelling. 3. De verzekerde, die een pensioen ontvangt ingevolge de Wet algemene ouderdomsverzekering BES is voor het verblijf, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, een aan de instelling te betalen eigen bijdrage verschuldigd gelijk aan dat pensioen, met dien verstande dat het bedrag bedoeld in artikel 1 van de Regeling AOV en AWW bijdragen aan zorginstellingen BES hierbij buiten beschouwing wordt gelaten en dat aan de instelling niet meer wordt betaald dan de te zijnen laste komende kosten van verzorging en verpleging bedragen. 4. Geen eigen bijdrage is verschuldigd indien de achterblijvende partner, kinderen of overige gezinsleden van de verzekerde van diens pensioen afhankelijk zijn voor de voorziening in de kosten van levensonderhoud. 5. Aanspraak op langdurige zorg bestaat, behoudens indien sprake is van een spoedgeval, in beginsel slechts na toestemming van het Hoofd Zorgverzekeringskantoor BES.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel