De houder van een vergunning voor het buiten gebruik stellen en het ontmantelen van een inrichting waarin kernenergie kan of kon worden vrijgemaakt, voert de in die inrichting aanwezige splijtstoffen af zo snel als redelijkerwijs mogelijk is.
Paragraaf 3
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Regeling buitengebruikstelling en ontmanteling nucleaire inrichtingen· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2011