De houder van een vergunning voor het buiten gebruik stellen en het ontmantelen van een inrichting rapporteert aan de Autoriteit omtrent de voortgang van de buitengebruikstelling en de ontmanteling en omtrent belangrijke wijzigingen van de maatregelen, bedoeld om schade te voorkomen of te beperken. Hij rapporteert in ieder geval onmiddellijk nadat:
alle splijtstoffen zijn afgevoerd;
belangrijke systemen definitief zijn uitgeschakeld.
Artikel XI van Stcrt. 2017/27098 bevat overgangsrecht m.b.t.
deze wijziging.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Kernenergiewet (instelling Autoriteit Nucleaire Veiligheid en
Stralingsbescherming) in werking treedt.
Paragraaf 3
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Regeling buitengebruikstelling en ontmanteling nucleaire inrichtingen· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2017