Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Pre opsporing

Onderdeel van Aanwijzing pre-opsporing, opsporing en vervolging van maritieme strafbare feiten· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2011

De Noordzeeofficier: voert het selectieoverleg met de handhavende diensten binnen de Kustwacht, beoordeelt de voorstellen van de diensten binnen het MIK en beslist of een voorstel in strafrechtelijk onderzoek wordt genomen of niet; beslist in gezamenlijkheid met de diensten over de inzet van alle algemene en de bijzondere Nederlandse opsporingsambtenaren, werkzaam in Kustwachtverband, in een strafrechtelijk onderzoek; ontvangt de melding vanuit het KWC en verkrijgt een zo volledig mogelijk informatiebeeld omtrent de strafbare gedraging; beoordeelt de haalbaarheid van een mogelijke strafzaak; verricht eenvoudig juridisch onderzoek en geeft een inhoudelijke beoordeling van een mogelijk strafbaar feit; licht tijdig het bevoegde parket in, dan wel verwijst het opsporingsonderzoek en/of de strafvervolging naar het andere bevoegde parket; stuurt op totale handhaving van de Kustwachtdiensten; fungeert in overgedragen zaken als adviseur10De Noordzee officier beschikt over relevante nautische kennis, deskundigheid over internationaal zeerecht en participeert in maritieme (beleids)netwerken. Vanuit deze deskundigheid heeft de Noordzee officier, indien noodzakelijk en wenselijk, een adviserende taak ten opzichte van het betrokken parket.. Daarnaast stuurt de Noordzeeofficier op de kwaliteit van de processen-verbaal van de KOa’s, die in de Kustwacht participeren. Tevens valt onder zijn bevoegdheid de inzet van opsporingsambtenaren voor een strafrechtelijk onderzoek op zeeën mondiaal11Zie (VN) Zeerechtverdrag, 10 december 1982, (in werking getreden op 16 november 1994); Part VII (High Seas)., dit in het kader van het vlagbeginsel. De Noordzeeofficier kan een aantal van de hierboven genoemde taken delegeren aan een andere officier van justitie, die werkzaam is binnen het cluster Noordzee van het FP. Op grond van het vlagbeginsel vallen penale incidenten waarbij Nederlandse vaartuigen betrokken zijn onder het gezag van de Noordzeeofficier. De Noordzeeofficier wordt over elk incident geïnformeerd. Voor zover het gaat om strafrechtelijke incidenten waarbij Nederlandse vaartuigen betrokken zijn én het Klpd unit Maritieme Politie onderzoek verricht, valt voornoemde dienst onder het gezag van de Noordzeeoffcier (zie ook de passage over het MIK en de taken Noordzeeofficier hierboven). Het FP zorgt voor afstemming van het Kustwacht handhavingbeleid aangaande de onderwerpen uit de resultaatgebieden algemene handhaving, milieu, verkeer/veiligheid en visserij en voert de daarmee verband houdende taken uit. Het werkterrein van het FP-team (cluster Noordzee) dat zich bezighoudt met zeezaken is nauw te relateren aan de handhavingstaken van de Kustwacht, welke de navolgende geografische en functionele werkgebieden omvat12Artikel 6 lid 1 en 2 Besluit instelling Kustwacht.: De territoriale zee, de Aansluitende zone en het Nederlandse deel van de Exclusieve Economische Zone (EEZ), het Nederlands Continentaal Plat (NCP)13Zie (VN) Zeerechtverdrag 1982; Part II (Territorial Sea and Contigious Zone, Part V (Exclusive Economic Zone) en Part VI (Continental Shelf).en de Visserijzone; Het werkgebied wordt uitgebreid indien dat nodig zou zijn ten aanzien van de nakoming van Europese wet- en regelgeving of andere Verdragen. Dit laatste heeft in de praktijk met name betrekking op de Visserijzone en op de rol die de Kustwacht in het landelijke draaiboek piraterij14Draaiboek Behandeling Bijstandaanvragen bij Piraterij en Gewapende overvallen op Zee, ministerie van Verkeer en Waterstaat, ministerie van Buitenlandse Zaken en het ministerie van Defensie, 2008. Het draaiboek is bedoeld om sneller te beslissen of een schip dat onder Nederlandse vlag vaart kan rekenen op preventieve bijstand van de Nederlandse (dan wel buitenlandse) overheid.heeft gekregen. Het domein Noordzee bevat het territorium buiten de ‘één kilometer uit de laagwaterlijn’15Bij Besluit houdende wijziging van de grens tussen de gemeente Rotterdam en niet ingedeeld gebied in de Noordzee, tevens provinciegrens van Zuid-Holland, d.d. 22 september 2004, wijkt per 1 januari 2005 de ‘één kilometergrens’ van de gemeente Rotterdam tijdelijk af, zoals dat in de bijlage van dit Besluit is opgenomen, tot het moment waarop het project maasvlakte II is gerealiseerd., hier geldt het strafrechtelijk gezag van de Noordzeeofficier. Het territorium binnen de één kilometer uit de laagwaterlijn valt globaal onder de verantwoordelijkheid van de regionale parketten, het FP of het Landelijk Parket (hierna LP) van het Openbaar Ministerie, afhankelijk van het type delict. Aan deze norm ligt ten grondslag de grens die wordt gehanteerd voor bestuurlijke doeleinden (bestuurlijke indeling). Binnen de één kilometer uit de laagwaterlijn gelden onder meer de provinciale en gemeentelijke verordeningen en het strafrechtelijk gezag van het regionale parket.

Rechtspraak bij dit artikel