Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Opsporing en vervolging

Onderdeel van Aanwijzing pre-opsporing, opsporing en vervolging van maritieme strafbare feiten· Strafrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2011

De inzet van opsporingsdiensten op de Noordzee dient te worden afgestemd met de Noordzeeofficier en het KWC. Voorts kan het KWC alleen opsporingsonderzoeken uitvoeren die door – of door tussenkomst van – de Noordzeeofficier gegeven zijn. De Noordzeeofficier kan op deze wijze een verantwoorde beslissing nemen ten aanzien van de rechtmatigheid van aanwending en technische uitvoerbaarheid van nautische justitiële activiteiten. Dat geldt tevens voor het Klpd unit Maritieme Politie, indien deze betrokken raakt dan wel wordt ingezet bij handhavingstaken op de Noordzee. De reguliere zaken op het gebied van milieu, verkeer/veiligheid en visserij16Ten aanzien van de illegale visserijwerktuigen (voorzieningen, maaswijdte, binnenkuil, bijvangst) is in de PKHN al besloten tot een gerichte aanpak.alsmede een milieucrisis of -ramp op de Noordzee worden door het FP behandeld. Dit geldt eveneens voor de commune en economische delicten die met deze zaken een directe samenhang hebben. De Noordzeeofficier voert hierbij het assessment uit en verwijst bij acceptatie de zaak door naar het Noordzee-team van het FP. Overige commune delicten op de Noordzee volgen in beginsel de normale regeling in het Wetboek van Strafvordering en gaan naar het parket dat primair jurisdictie heeft, tenzij deze strafbare gedraging een directe samenhang vertoont met een door het FP in behandeling genomen onderzoek. De commune delicten, die gepleegd worden aan boord van een vaartuig worden gemeld aan de Noordzeeofficier. Hij voert hierbij het assessment uit en verwijst de zaak – na overleg – naar het arrondissementsparket van Amsterdam. Ten aanzien van terrorisme en piraterij / gewapende overval op zee, beoordeelt de Noordzeeofficier of er sprake is van Nederlandse rechtsmacht en verzorgt de intake van het onderzoek ten behoeve van het LP17Behoudens missies van militaire aard, waarbij separate afspraken met het Landelijk Parket van kracht zijn.. Het LP is in beginsel het eerste aangewezen parket ten aanzien van deze commune en bijzondere strafzaken. Het LP zal onderhavige commune strafzaken op zee behandelen en verwerken. De Noordzeeofficier adviseert en ondersteunt in alle vorenstaande gevallen zijn collegae op de parketten. De Noordzeeofficier en het FP Noordzee-team (beleid/operationeel) functioneren als vraagbaak voor diegenen die informatie behoeven in nautische aangelegenheden. Een belangrijk onderdeel van de beleidsportefeuille Noordzee bestaat uit zaken die zien op de crisisbeheersing op het Nederlandse deel van Noordzee. De Noordzeeofficier wordt als eerste vertegenwoordiger van het OM benaderd/geïnformeerd bij een crisis of ramp en hij beoordeelt de omvang en de aard van de ramp en/of crisis. Ook ingeval van een crisis/ramp op de Noordzee wordt de hiervoor beschreven gezagsverdeling tussen het LP, het arrondissementsparket en het FP gevolgd. Indien het gezag buiten het FP blijkt te liggen zal de Noordzeeofficier adviserend optreden richting het zaaksbehandelend parket. De Noordzeeofficier is primair verantwoordelijk voor de beleidsmatige zaken over de crisisdreigingen die voor de Noordzee gelden. De strafzaken die daaruit voortvloeien zullen via vorenstaande verdeelsleutel verwerkt worden door het bevoegde parket. De handhavingcoördinatie met betrekking tot de Waddenzee (officieel behorend tot Nederlands binnenwatergebied) is niet belegd bij de Noordzeeofficier. Deze handhavingcoördinatie ligt bij het bestuur en de diverse landelijke toezichthoudende diensten, die daartoe een samenwerking zijn aangegaan, waarvan het OM geen deel uitmaakt. De strafrechtelijke handhaving valt onder de aansturing van de regionale parketten Alkmaar/Haarlem en Groningen/Leeuwarden.

Rechtspraak bij dit artikel