Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zendt zo spoedig mogelijk na ontvangst van het in artikel 22 bedoelde rapport aan de Staten-Generaal een verslag over de werking in de praktijk van deze wet, de Algemene wet gelijke behandeling, de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen en artikel 646 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek.