1. 1. De toezichtautoriteit of de voor de overtreding bevoegde toezichthouder maakt van de overtreding een rapport op.
  2. 2. Het rapport is gedagtekend en vermeldt:
    • - a. de naam van de overtreder;
    • - b. de overtreding, alsmede het overtreden voorschrift;
    • - c. zo nodig een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip of de periode waarop de overtreding is geconstateerd.
  3. 3. Indien van de overtreding een proces-verbaal als bedoeld in artikel 186 van het Wetboek van Strafvordering BES is opgemaakt, treedt dit voor de toepassing van deze paragraaf in de plaats van het rapport.