De ambtenaar waarvan het ouderschapsverlof voor het desbetreffende kind is aangevangen op of na 1 januari 2011, heeft over de uren waarop hem voor dat kind betaald ouderschapsverlof is verleend recht op maximaal 55% van zijn bezoldiging. Daarnaast ontvangt de ambtenaar op grond van artikel 8.14b van de Wet inkomstenbelasting 2001 via zijn aangifte voor de inkomstenbelasting over alle uren ouderschapsverlof (betaald en onbetaald) de ouderschapsverlofkorting.
De ambtenaar waarvan het ouderschapsverlof voor het desbetreffende kind is aangevangen voor 1 januari 2011 heeft over de uren waarop hem voor dat kind betaald ouderschapsverlof is verleend recht op 75% van zijn bezoldiging, verminderd met een inhouding die gelijk is aan de ouderschapsverlofkorting waarop over die uren maximaal recht kan bestaan. Ook in deze situatie moet de ouderschapsverlofkorting via de aangifte voor de inkomstenbelasting worden aangevraagd.
Als gevolg van de wijziging van het bedrag van het minimumloon, wijzigt het bedrag van de ouderschapsverlofkorting per uur met ingang van 1 januari 2012 van € 4,11 in € 4,18.
Artikel 6
Ouderschapsverlofkorting
Onderdeel van Circulaire Wijzigingen financiële arbeidsvoorwaarden per 1 januari 2012 ambtenaren sector Rijk· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2012