Het bestuurscollege kan een huisvestingsvergunning intrekken, indien:
de vergunninghouder de erin vermelde woonruimte niet binnen de door het bestuurscollege bij de verlening van de vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen;
de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.6
Artikel 3.6
Onderdeel van Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer BES· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2012