**1.** Een ieder die handelingen met betrekking tot afvalstoffen verricht of nalaat en die weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan, is verplicht alle maatregelen te nemen of na te laten die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, teneinde die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
**2.** Het is een ieder bij wie afvalstoffen ontstaan, verboden handelingen met betrekking tot die afvalstoffen te verrichten of na te laten, waarvan hij weet of redelijkerwijs had kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan.
**3.** Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet voor zover het handelingen betreft, die degenen die deze verricht, uitdrukkelijk zijn toegestaan bij of krachtens deze wet.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1
Artikel 4.1
Onderdeel van Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer BES· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 april 2024