**1.** Het hoofd van een archiefvormend orgaan zorgt ervoor dat van elk van de te bewaren records te allen tijde kan worden vastgesteld:
de inhoud, structuur en verschijningsvorm bij het ontvangen of opmaken ervan door het onderdeel van het ministerie of orgaan, een en ander voor zover deze aspecten kenbaar moesten zijn voor de uitvoering van het werkproces;
wanneer, en door wie en uit hoofde van welke taak of werkproces het door het onderdeel van het ministerie of orgaan werd ontvangen of opgemaakt;
de samenhang met andere door het onderdeel van het ministerie of orgaan ontvangen en opgemaakte records;
de met betrekking tot de records uitgevoerde beheersactiviteiten;
de besturingsprogrammatuur of toepassingsprogrammatuur waarmee de records worden bewaard of beheerd.
**2.** De beheerder koppelt aan records metagegevens volgens het geldende metagegevenschema, aan de hand waarvan te allen tijde de aspecten, bedoeld in het eerste lid, kunnen worden herleid.
Hoofdstuk 4
Artikel 5
Context en authenticiteit van records
Onderdeel van Beheersregeling documentaire informatieverzorging Infrastructuur en Waterstaat· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 28 april 2012