Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 5

Raming van de verzekerdenaantallen 2012 voor het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2012· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 3 mei 2012

1. Het college raamt de verzekerdenaantallen 2012 voor het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden. 2. Het college baseert zich bij de raming op de macroverzekerdenraming 2012 en het PKB 2011. 3. Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het PKB 2011met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie van de maand juni 2011, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 15 juni 2011. 4. Wanneer een verzekerde bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde over die periode ingeschreven is geweest. 5. Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden onder de achttien jaar per zorgverzekeraar op het PKB 2011 met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie van de maand juni 2011. 6. Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium leeftijd onder achttien jaar naar de macroverzekerdenraming. 7. Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op het PKB 2011 met als peildatum de datum van de nominale premieprolongatie van de maand juni 2011. 8. Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium leeftijd en geslacht naar de macroverzekerdenraming. 9. Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot: de leeftijd, op het PKB 2011; de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2010; de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron op peildatum 30 juni 2010. 10. Het college deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid. 11. Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium aard van het inkomen naar de macroverzekerdenraming. 12. Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: de indeling, op de regioclusters geneeskundige GGZ naar viercijferige postcode voor 2012 uit bijlage 10 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 september 2011 Z/F-3084546; de viercijferige postcode, op het PKB 2011. 13. Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-regio naar de macroverzekerdenraming. 14. Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium FKG GGZ per zorgverzekeraar op: de indeling in FKG GGZ 2012 uit bijlage 7 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 september 2011 Z/F-3084546. de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer per 1 juni 2011 van declaraties farmaceutische hulp 2010 van de zorgverzekeraars aan het college. 15. Bij de bepaling van de FKG GGZ zijn de volgende farmaceutische middelen uitgesloten: middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als niet voor vergoeding in aanmerking komend op grond van artikel 2.8 Besluit zorgverzekering; middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als grond- en hulpstoffen. 16. Het college hanteert een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen. Beneden deze drempel kent het college geen FKG GGZ aan een verzekerde toe. 17. Het college koppelt de opgave bedoeld in het veertiende lid onderdeel b, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB en bepaalt op basis hiervan en met behulp van de drempel bedoeld in het zestiende lid in welke FKG GGZ klassen de verzekerde valt. Aan de verzekerde koppelt het college een zwaarte van 1 voor de betreffende klasse. 18. Het college past per verzekerde per FKG GGZ 2012 een trendfactor toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling, zoals weergegeven in bijlage 1 van deze beleidsregels. Het college vermenigvuldigt de zwaarte, bepaald in het vorige lid, met de prevalentieontwikkeling en herberekent de zwaarte voor de verzekerde voor de betreffende klasse. Het college zet verzekerden die in het PKB 2011 voor het eerst voorkomen per FKG GGZ op de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PKB. 19. Als een verzekerde niet in de FKG GGZ klasse 1 tot en met 5 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij FKG GGZ klasse 0. 20. Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG GGZ naar de macroverzekerdenraming. 21. Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium SES per zorgverzekeraar met betrekking tot: de leeftijd, op het PKB 2011; het inkomen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst over het jaar 2009; het inkomen op gegevens over het jaar 2008 wanneer voor 2009 geen gegevens beschikbaar zijn; de adresgegevens, op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in de opgave van de Belastingdienst 2010; de adresgegevens, op het PKB 2011indien deze ontbreken in de opgave van de Belastingdienst. 22. Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium SES naar de macroverzekerdenraming. 23. Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium éénpersoonsadres per zorgverzekeraar met betrekking tot de adresgegevens op het PKB 2011. 24. Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium éénpersoonsadres naar de macroverzekerdenraming. 25. Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-kosten lage drempel per zorgverzekeraar op het GGZ kostenbestand over 2009 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer dat door onderzoeksbureau APE voor de raming 2012 is gebruikt en dat op 24 juli 2011 bij het college is aangeleverd. 26. Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen het GGZ kostenbestand, bedoeld in het vorige lid en het PKB 2010 per verzekerde of de verzekerde in de GGZ-kosten lage drempelklasse 1 valt. Het college stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 27. De verzekerden die in het PKB 2010 voor het eerst voorkomen, worden per GGZ-kosten lage drempelklasse op de gemiddelde prevalentie naar risicoklasse naar leeftijd en geslacht voor de betreffende klasse van de overige verzekerden in het PKB 2010 gezet. Vervolgens koppelt het college de verzekerden aan het PKB 2011, waarbij de verzekerden een zwaarte krijgen dusdanig dat de prevalentie naar leeftijd en geslacht per GGZ-kosten lage drempelklasse constant blijft. 28. Als een verzekerde niet in de GGZ-kosten lage drempelklasse 1 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij GGZ-kosten lage drempelklasse 0. 29. Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium GGZ-kosten lage drempel naar de macroverzekerdenraming. 30. Het college baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-kosten hoge drempel per zorgverzekeraar op het GGZ kostenbestand over 2009 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer dat door onderzoeksbureau APE voor de raming 2012 is gebruikt en dat op 24 juli 2011 bij het college is aangeleverd. 31. Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen het GGZ kostenbestand, bedoeld in het vorige lid en het PKB 2010 per verzekerde of de verzekerde in de GGZ-kosten hoge drempel klasse 1 2012 valt. Het college stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1. 32. De verzekerden die in het PKB 2010 voor het eerst voorkomen worden per GGZ-kosten hoge drempelklasse op de gemiddelde prevalentie naar risicoklasse naar leeftijd en geslacht voor de betreffende klasse gezet van de overige verzekerden in het PKB 2010. Vervolgens koppelt het college de verzekerden aan het PKB 2011, waarbij de verzekerden een zwaarte krijgen dusdanig dat de prevalentie naar leeftijd en geslacht per GGZ-kosten hoge drempelklasse constant blijft. 33. Als een verzekerde niet in de GGZ-kosten hoge drempelklasse 1 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij GGZ-kosten hoge drempelklasse 0. 34. Het college herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium GGZ-kosten hoge drempel naar de macroverzekerdenraming. 35. Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland jonger dan achttien jaar uitsluitend in bij GGZ verzekerden jonger dan achttien jaar. 36. Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland van achttien jaar en ouder uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en aard van het inkomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel