**1.** Het mandaat van de secretaris-generaal op grond van artikel 3 strekt zich in ieder geval uit tot:
het uitreiken, registreren en innemen van politielegitimatiebewijzen als bedoeld in de Regeling politielegitimatiebewijs BES;
het doen van een verzoek om bijstand op grond van artikel 38 van de Rijkswet politie, alsmede het beslissen op een verzoek om bijstand op grond van artikel 38 van de Rijkswet politie in geval van een verzoek daartoe van de Minister van Justitie van Curaçao of van Sint Maarten;
het voeren van het overleg als bedoeld in artikel 48, vijfde lid, van de Rijkswet politie met de procureur-generaal, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Rijkswet openbare ministeries van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en de korpschef over het beheer van de politie;
het sluiten van dienstverleningsovereenkomsten met derden ten behoeve van het politiekorps.
**2.** De secretaris-generaal wordt toegestaan ten aanzien van de bevoegdheden genoemd in het eerste lid, onderdelen a tot en met e, en in artikel 2, en de overige bevoegdheden bedoeld in artikel 3, ondermandaat te verlenen aan de directeur-generaal Politie.
**3.** De directeur-generaal Politie wordt toegestaan het krachtens het tweede lid verleende ondermandaat door te geven aan de korpschef van het politiekorps. Verleend ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau verder worden doorgegeven.
Paragraaf 2
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Mandaatregeling korpsbeheer politie en brandweer BES 2012· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 7 juli 2012