**1.** In geval van subsidieverlening op grond van deze regeling, is de aanvrager verplicht om binnen een termijn van uiterlijk drie maanden na subsidieverlening:
een schriftelijke verklaring over te leggen van elk van de bij de financiering van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend betrokken partijen, waarin deze verklaren dat zij onderling niet gelieerd zijn en hun financiële bijdrage voor eigen rekening en risico verlenen; en:
de ter zake van de financiering en exploitatie van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend definitieve schriftelijke overeenkomsten met alle bij de financiering van de bioscoopfilm betrokken partijen over te leggen, waaruit onomstotelijk blijkt dat elk van deze partijen zich heeft verbonden tot het verstrekken van financiering ten behoeve van de voortbrenging van de bioscoopfilm overeenkomstig de bij de subsidieaanvraag overgelegde gegevens en op voorwaarden die verenigbaar zijn met de voorwaarden die zijn verbonden aan de subsidieverlening op grond van deze regeling en die voortvloeien uit de door het Fonds gehanteerde modeluitvoeringsovereenkomst; en:
een schriftelijke verklaring te overleggen van een completion guarantor, waaruit onomstotelijk blijkt dat de begrote productiekosten van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend, zoals op genomen in de productiebegroting, toereikend zijn en dat de voortbrenging en voltooiing van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend vallen onder de dekking van deze completion guarantor vanaf het moment waarop de bioscoopfilmopnamen starten. Deze verplichting geldt voor bioscoopfilms met een productiebudget (productiekosten) vanaf twee miljoen euro.
**2.** Binnen een termijn van acht weken na ontvangst van alle bescheiden, zoals bedoeld in het eerste lid, zal het Fonds de aanvrager schriftelijk mededelen of naar zijn oordeel is voldaan aan de verplichtingen, zoals bedoeld in het eerste lid.
**3.** De aanvrager is verplicht er voor zorg te dragen dat de opnamen van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend starten binnen uiterlijk 12 maanden na de subsidieverlening en dat de roulatie van de bioscoopfilm in de Nederlandse bioscoop uiterlijk binnen 24 maanden na aanvang van de opnamen aanvangt.
**4.** Van de termijnen, zoals genoemd in het eerste en derde lid, kan niet worden afgeweken. Indien de aanvrager deze termijnen overschrijdt, zal het Fonds het besluit tot subsidieverlening intrekken. De intrekking werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend.
Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
§ 7
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Suppletieregeling filminvesteringen Nederland· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2013