Naar hoofdinhoud

§ 7

Artikel 11

Artikel 11

Onderdeel van Suppletieregeling filminvesteringen Nederland· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2013

1. De aanvrager is verplicht er zorg voor te dragen dat de opnamen van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend niet eerder starten dan nadat én door het Fonds is bericht dat de aanvrager heeft voldaan aan de verplichtingen, zoals bedoeld in artikel 10, eerste lid, én – indien van toepassing – de completion guarantor definitieve dekking heeft verleend voor de voortbrenging en voltooiing van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend. 2. De aanvrager is verplicht het Fonds voorafgaand in kennis te stellen van het moment waarop de opnamen van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend starten. 3. De aanvrager is verplicht een bedrag gelijk aan de verleende subsidie te besteden in Nederland of aan in Nederland gevestigde (rechts)personen. De aanvrager kan de verleende subsidie besteden aan alle productiekosten binnen het budget. In het geval dat andere bijdragen of subsidies zijn verstrekt, waaraan een (gedeeltelijke) bestedingsverplichting in Nederland of aan in Nederland gevestigde rechtspersonen is verbonden, staat het de aanvrager te allen tijde vrij om ten minste 20% van de begrote productiekosten te besteden in een andere Lidstaat van de Europese Unie, of in een Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, of in Zwitserland. De in dit artikellid opgenomen territoriale bestedingsverplichting is expliciet niet van toepassing op de kosten voor prints & advertising van de bioscoopfilm in bioscopen in Nederland. 4. De aanvrager is verplicht de subsidie aan te wenden voor de uitvoering van het filmplan. 5. De aanvrager is verplicht tijdens de voortbrenging van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend het Fonds adequaat over de voortgang te informeren en na voortbrenging en uitbreng van de bioscoopfilm die gegevens te verstrekken die voor het vaststellen van de verleende subsidie noodzakelijk zijn. 6. De aanvrager is verplicht het Fonds adequaat en schriftelijk te informeren over de bezoek- en verkoopcijfers over alle vormen van exploitatie en de kosten en de opbrengsten die door exploitatie van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend worden gegenereerd en tot zekerheid van nakoming van deze rapportageverplichtingen de vorderingen die hij heeft op derden ter zake van opbrengsten uit exploitatie van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend te verpanden aan het Fonds. De aanvrager zal het Fonds minimaal eenmaal per jaar informeren, hetzij bij een aanvraag voor een financiële bijdrage voor een nieuwe filmproductie, hetzij jaarlijks in de maand juni. De subsidieontvanger dient deze rapportageplicht ten aanzien van het Fonds ook in zijn overeenkomsten met filmdistributeurs en anderen die de filmproductie exploiteren op te nemen. Na vijf jaar gaat de rapportageplicht over in een meldingsplicht waarbij gerapporteerd moet worden indien er inkomsten zijn. 7. De netto opbrengst zal worden verdeeld zoals vastgelegd en gedefinieerd in het (terugbetalings-) recoupmentschema, welke onderdeel zal uitmaken van de uitvoeringsovereenkomst. De aanvrager is verplicht om de gehele financiële bijdrage van het Fonds ten behoeve van de ontwikkeling en realisering van de bioscoopfilm terug te betalen uit de opbrengsten van de exploitatie van deze bioscoopfilm. De terugbetaling dient te geschieden conform artikel 7 van hoofdstuk 1 en hoofdstuk 3 van het Financieel & Productioneel Protocol. 8. Indien zou blijken dat inkomsten niet zijn ontvangen of besteed op de wijze zoals verwoord in lid 7, en/of er anderszins misbruik is gemaakt van de inkomsten, die in de terugbetalingspositie van de Suppletieregeling zijn binnengekomen dan worden deze door het Fonds teruggevorderd. Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel