De verleende subsidie wordt lager vastgesteld indien:
Uit de bij de aanvraag tot vaststelling verstrekte gegevens blijkt dat de daadwerkelijk door marktpartijen gedane investeringen in de productiekosten van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend lager zijn geweest dan bleek uit de gegevens die de aanvrager aan het Fonds heeft overlegd op grond van artikel 10; of:
Uit de bij de aanvraag tot vaststelling verstrekte gegevens blijkt dat de werkelijke productiekosten van de bioscoopfilm waarvoor subsidie is verleend meer dan 2,5 procent en meer dan € 50.000,– lager zijn geweest dan de productiekosten, zoals die ten tijde van de subsidieaanvraag waren begroot en door het Fonds zijn goedgekeurd; of:
Uit de bij de aanvraag tot vaststelling verstrekte gegevens blijkt dat de door de filmdistributeur ten tijde van de subsidieaanvraag als garantieopbrengst of bijdrage aan de kosten voor prints & advertising toegezegde investering minder dan het in artikel 5 vastgelegde percentage van de begrote productiekosten bedroeg; of:
Uit de bij de aanvraag tot vaststelling verstrekte gegevens blijkt dat het totaal van de verleende subsidie en de financiële bijdragen van een ander Nederlands bestuursorgaan en/of het Fonds op grond van een andere dan de onderhavige regeling meer bedraagt dan 50 procent van de werkelijk gemaakte kosten voor de voortbrenging van de bioscoopfilm; of:
Uit de bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie verstrekte gegevens blijkt dat de aanvrager, behalve de in het ingediende financieringplan genoemde bijdragen, nog aanvullende financiële bijdragen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, heeft verkregen. De aanvullende financiële bijdragen zullen volledig in mindering worden gebracht op de verleende subsidie.
Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
§ 8
Artikel 15
Artikel 15
Onderdeel van Suppletieregeling filminvesteringen Nederland· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2013