1. 1. De bewapening van de ambtenaar die behoort tot een aanhoudings- en ondersteuningsteam, kan tijdens de uitoefening van de dienst mede bestaan uit:
    • - a. rook- en lawaaigranaten;
    • - b. een elektrische wapenstok;
    • - c. de granaatwerper en traangasgranaten;
    • - d. het semi-automatisch schoudervuurwapen;
    • - e. het automatisch schoudervuurwapen;
    • - f. het repeteervuurwapen;
    • - g. het stroomstootwapen;
    • - h. explosieven.
  2. 2. De uitrusting van de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bestaat mede uit middelen om een persoon te blinddoeken.