1. 1. Bij de vaststelling van werkgebieden bij ministeriële regeling, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de wet, wordt bij diezelfde regeling tegelijk de ondernemer, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de wet, aangewezen.
  2. 2. De vaststelling van werkgebieden en de aanwijzing van de ondernemer, bedoeld in het eerste lid, vindt slechts plaats indien de beoogde ondernemer instemt met die aanwijzing.
  3. 3. De ondernemer die is aangewezen op grond van het eerste lid kan verzoeken om die aanwijzing te wijzigen of te laten vervallen.
  4. 4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over het wijzigen van werkgebieden en het wijzigen of vervallen van een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid.