Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Ambtstoelage burgemeesters

Onderdeel van Circulaire bezoldiging en ambtstoelage burgemeesters, wedde en (onkosten)vergoeding wethouders, (onkosten)vergoeding raads- en commissieleden per 1 januari 2013· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2013

In artikel 16, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters is bepaald dat de ambtstoelage van burgemeesters per 1 januari van elk jaar wordt herzien aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar. De consumentenprijsindex voor 2012 is bepaald op 112,70. Voor 2011 was dit indexcijfer 110,17. Een verhoging van 2,3%. Dit betekent dat de bedragen van de ambtstoelage per 1 januari 2013 worden verhoogd met 2,3%. Kiest uw gemeente wel voor de werkkostenregeling dan luiden de bedragen genoemd in artikel 16, eerste lid, met ingang van 1 januari 2013 als volgt, mede gezien artikel 36, aanhef en onderdeel a, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters: Inwonersklasse als bedoeld in artikel 5 Ambtstoelage per maand 1 en 2 € 338,90 3 en 4 € 353,17 5 tot en met 9 € 364,91 Voor uw informatie meld ik u ook de bedragen van de ambtstoelage als uw gemeente nog niet kiest voor de werkkostenregeling. De bedragen genoemd in artikel 16, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters luiden dan met toepassing van de formule genoemd in artikel 65a, onder a, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, met ingang van 1 januari 2013 als volgt: Inwonersklasse als bedoeld in artikel 5 Ambtstoelage per maand 1 en 2 € 706,04 3 en 4 € 735,77 5 tot en met 9 € 760,23

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel