Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Bezoldiging wethouders

Onderdeel van Circulaire bezoldiging en ambtstoelage burgemeesters, wedde en (onkosten)vergoeding wethouders, (onkosten)vergoeding raads- en commissieleden per 1 januari 2013· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2013

Op grond van artikel 3, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders wijzigt de bezoldiging van wethouders overeenkomstig de wijziging van de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk. Zoals onder 1 is aangegeven, is er nog geen uitkomst bekend van het overleg over een nieuwe arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rijk. De op dit moment geldende arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor het rijkspersoneel geldt dus nog. Als een volgende overeenkomst wordt vastgesteld, informeer ik u over de gevolgen daarvan voor de bezoldiging van de wethouders. U bent over de bezoldiging van de wethouders voor het laatst geïnformeerd bij circulaire van 30 november 2010, kenmerk 2010-693951. U kunt vooralsnog uitgaan van de bezoldiging van de wethouders zoals beschreven in die circulaire. Voor de volledigheid vermeld ik de bezoldigingsbedragen van de wethouders zoals die gelden per 1 april 2009 en die tot de eerstvolgende wijziging blijven gelden: Klasse Inwonertal Bezoldiging 1 Tot en met 8.000 € 4.380,72 2 8.001–14.000 € 4.964,76 3 14.001–24.000 € 5.553,35 4 24.001–40.000 € 5.943,06 5 40.001–60.000 € 6.529,63 6 60.001–100.000 € 7.115,19 7 100.001–150.000 € 7.703,79 8 150.001–375.000 € 8.113,34 9 375.001 en meer € 9.098,26

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel