**1.** De mentor staat de kandidaat gedurende de gehele beroepservaringperiode bij met voorlichting en raad met betrekking tot de beroepsuitoefening in de breedste zin van het woord.
**2.** De mentor ziet erop toe en bevordert dat de kandidaat zich dusdanig ontwikkelt dat deze aan het einde van de beroepservaringperiode beschikt over de kennis, het inzicht en de vaardigheden, bedoeld in artikel 2, eerste lid.
**3.** De mentor zorgt dat de kandidaat, voor zover die bij hem in loondienst is, gedurende de normale werktijden kan deelnemen aan beroepservaringmodules en voorziet de kandidaat van passend werk.
**4.** De mentor dient tijdig en zorgvuldig de door hem in te vullen evaluaties van de kandidaat in bij het bureau architectenregister.
Hoofdstuk V › § 3
Artikel 15
Artikel 15
Onderdeel van Regeling Beroepservaringperiode· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 21 december 2012