**1.** De kandidaat dient zich gedurende de beroepservaringperiode zodanig te ontwikkelen dat hij aan het einde van de beroepservaringperiode beschikt over de kennis, het inzicht en de vaardigheden, bedoeld in artikel 2, eerste lid.
**2.** De kandidaat volgt tijdens de beroepservaringperiode het door hem opgestelde persoonlijk ontwikkelingsplan, bedoeld in artikel 8.
**3.** De kandidaat stelt de mentor in staat te voldoen aan zijn verplichting om de kandidaat te begeleiden.
**4.** De kandidaat stelt de commissie beroepservaringperiode in staat te evalueren op de daartoe bestemde tijdstippen.
Hoofdstuk V › § 3
Artikel 16
Artikel 16
Onderdeel van Regeling Beroepservaringperiode· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 21 december 2012