De notaris is op grond van artikel 22 Wna verplicht tot geheimhouding ten aanzien van al hetgeen waarvan hij uit hoofde van zijn werkzaamheid als zodanig kennis neemt. Deze geheimhoudingsplicht strekt zich volgens de Hoge Raad ook uit tot derdengeldenrekening van de notaris.1HR 18 december 1998, NJ 2000, 341 (Van Olst/Ontvanger). Dezelfde geheimhoudingsplicht geldt voor de personen die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn. In het Wetboek van Strafvordering is aan de notaris op grond van zijn geheimhoudingsplicht een verschoningsrecht toegekend in het geval de notaris als getuige wordt gehoord (artikel 218 Sv). Dit verschoningsrecht werkt door in de toepassing van andere dwangmiddelen en opsporingsbevoegdheden. Zo is de notaris niet verplicht aan een bevel uitlevering te voldoen, voor zover de uitlevering in strijd is met zijn geheimhoudingsplicht (artikel 96a lid 3 onder b Sv). Hetzelfde geldt voor het vorderen van gegevens (bijvoorbeeld artikel 126nd lid 2 Sv). Ook in de bepalingen voor doorzoeking wordt rekening gehouden met de bijzondere positie van de notaris op grond van zijn geheimhoudingsplicht (bijvoorbeeld artikel 98 lid 2 Sv).
In het kader van de strafvordering zijn er twee uitzonderingen geformuleerd op de geheimhoudingsplicht en daarmee op het verschoningsrecht van de notaris, een in de wet en een in de jurisprudentie.
De wettelijke uitzondering is neergelegd in artikel 25 lid 9 Wna. Deze bepaling verplicht de notaris, in uitzondering op de geheimhoudingsplicht van artikel 22 Wna, de gegevens met betrekking tot de bijzondere rekening te verstrekken aan de opsporingsambtenaar, de officier van justitie of de rechter-commissaris die deze vordert uit hoofde van de uitoefening van een bevoegdheid op grond van het Wetboek van Strafvordering.
Daarnaast is in de jurisprudentie aanvaard dat zich in individuele gevallen zeer uitzonderlijke omstandigheden kunnen voordoen waarin het belang van de waarheidsvinding moet prevaleren boven het verschoningsrecht. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de verschoningsgerechtigde wordt verdacht van een ernstig strafbaar feit.2Zie HR 30 oktober 2007, LJN BA5612, NJ 2008, 115, waarin wordt verwezen naar HR 14 juni 2005, LJN AT4418, NJ 2005, 353.
Artikel 2
Geheimhoudingsplicht, verschoningsrecht en de uitzonderingen daarop
Onderdeel van Aanwijzing vorderen gegevens derdengeldenrekening notaris· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 maart 2013