Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Bijzonderheden met betrekking tot de notaris

Onderdeel van Aanwijzing vorderen gegevens derdengeldenrekening notaris· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2013

Als een notaris zelf wordt verdacht van een (ernstig) strafbaar feit, dat verband houdt met de gegevens die de officier van justitie wil vorderen, kan de vordering tot het verstrekken van gegevens of het bevel tot uitlevering van voorwerpen niet tot de notaris worden gericht (zie bijvoorbeeld artikel 126nd lid 2 en 96a lid 2 Sv). Artikel 25 lid 9 Wna is dan niet toepasbaar. Op grond van de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan in dat geval de vordering tot een derde worden gericht, ten aanzien van wie redelijkerwijs wordt vermoed dat hij toegang tot deze gegevens heeft, zoals een financiële instelling. Er moet dan wel zijn voldaan aan de criteria die in de jurisprudentie van de Hoge Raad worden gesteld aan de doorbreking van het verschoningsrecht (zie paragraaf 2). Indien de notaris als verdachte is aangemerkt, verdient het aanbeveling dat de officier van justitie contact opneemt met de ringvoorzitter van de KNB. Dat geldt ook in het geval dat naar aanleiding van de verstrekking van gegevens onregelmatigheden worden geconstateerd, die geen verband houden met het opsporingsonderzoek (bijvoorbeeld als blijkt dat ten onrechte een MOT-melding achterwege is gebleven). De ringvoorzitter kan de officier van justitie van advies voorzien. Hij kan ook optreden als intermediair. Daarnaast kan contact worden gelegd met het Bureau Financieel Toezicht (BFT). Het BFT houdt integraal toezicht op de financiën, de integriteit en de kwaliteit van het notariaat en kan in voorkomende gevallen, evenals de KNB, een klacht indienen bij een van de Kamers voor het notariaat (voorheen: de Kamers van toezicht), die belast zijn met de tuchtrechtspraak. In het geval dat de notaris niet langer als zodanig werkzaam is, zal de vordering tot zijn opvolger moeten worden gericht. Daarvoor kan het Protocollenregister van de KNB worden geraadpleegd (artikel 5 lid 2 sub d Wna).14Dit register kan eenvoudig via www.notaris.nl worden geraadpleegd, zoekterm: Opvolgersarchief. In het geval de notaris nog wel als notaris werkzaam is, maar zijn ambt inmiddels bij een ander kantoor uitoefent, dient de vordering tot de notaris te worden gericht. Hij dient er vervolgens zorg voor te dragen dat de verlangde gegevens worden verstrekt, zo nodig na raadpleging van een ambtsgenoot bij zijn oude kantoor. Op grond van artikel 25 lid 9 Wna is de notaris verplicht aan de opsporingsambtenaar, de officier van justitie of de rechter-commissaris de gevorderde gegevens met betrekking tot de bijzondere rekening te verstrekken. De notaris dient daarbij uit te gaan van de rechtmatigheid van de vordering. Het is niet aan de notaris om onderzoek te doen naar de redenen die aan de vordering ten grondslag liggen. De notaris dient zich er wel van te vergewissen dat er daadwerkelijk sprake is van een vordering tot het verstrekken van gegevens in de zin van artikel 25 lid 9 Wna.15Kamerstukken II 2010/11, 32 700, nr. 6, p. 11. Als de notaris fouten of verschrijvingen in de vordering constateert en hij daardoor of om een andere reden twijfelt aan de rechtmatigheid van de vordering, ligt het in de rede dat hij daarover in contact treedt met de officier van justitie. Indien de notaris van oordeel is dat het openbaar ministerie of de politie geen kennis zou mogen nemen van de gegevens of deze gegevens niet zou mogen gebruiken, dan dient hij de gegevens te verstrekken onder gelijktijdige bezwaarmaking met het verzoek tot verzegeling. In dat geval kan hij een klaagschrift indienen bij de rechtbank op grond van artikel 552a Sv.16Kamerstukken II 2010/11, 32 700, nr. 6, p. 11. De notaris kan daarbij ook het verzoek doen de op de vordering verstrekte gegevens te vernietigen (artikel 552a lid 2 Sv). Het opzettelijk niet voldoen aan de vordering is strafbaar op grond van artikel 184 Sr. Bij een verdenking van dit misdrijf kan de officier van justitie de daarbij behorende dwangmiddelen toepassen. Mocht tot inbeslagneming worden overgegaan, dan verdient het aanbeveling, indien en voor zover het belang van het onderzoek dat toelaat, een kopie van de in beslag genomen stukken achter te laten ten behoeve van de administratie van de notaris en het eventueel door het BFT in te stellen onderzoek naar de naleving van de boekhoudkundige verplichtingen door de notaris. De notaris dient de vordering geheim houden. Deze geheimhoudingsplicht is opgenomen in artikel 126a lid 5 Sv en artikel 126bb lid 5 Sv. Schending van deze wettelijke geheimhoudingsplicht is strafbaar op grond van artikel 272 Sr.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel