Naar hoofdinhoud

Artikel 4

De bevoegdheden uit het Wetboek van Strafvordering

Onderdeel van Aanwijzing vorderen gegevens derdengeldenrekening notaris· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2013

Om de gegevens van de derdengeldenrekening te verkrijgen, dienen de bevoegdheden uit het Wetboek van Strafvordering te worden toegepast. De strafvorderlijke bepalingen verduidelijken welke gegevens met betrekking tot de bijzondere rekening van de notaris mogen worden gevorderd, bepalen wie tot uitoefening van de desbetreffende bevoegdheid bevoegd is en stellen nadere voorwaarden aan de toepassing ervan. De toepassing van de bevoegdheden is niet beperkt tot financieel-economische criminaliteit, maar kan ook in het kader van de opsporing van (de financiële aspecten van) andersoortige criminaliteit plaatsvinden.9Kamerstukken II 2010/11, 32 700, nr. 6, p. 16. In het kader van een opsporingsonderzoek kunnen ter verkrijging van gegevens van de derdengeldenrekening in het bijzonder de volgende bevoegdheden worden toegepast: het geven van een bevel tot uitlevering van voorwerpen (artikel 96a Sv)10Hier kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een kopie van een paspoort of andere documenten waaruit de identiteit kan blijken.; het vorderen van identificerende gegevens (artikel 126na en 126nc Sv); het vorderen van andere dan identificerende gegevens (artikel 126nd en 126uc Sv); het vorderen van toekomstige gegevens (artikel 126ne en 126ue Sv).11Zie uitgebreider over de bevoegdheid tot het vorderen van gegevens de Aanwijzing opsporingsbevoegdheden. Voor het verkrijgen van gegevens van de derdengeldenrekening in het kader van een strafrechtelijk financieel onderzoek geldt met name de volgende bepaling: het geven van een bevel opgave te doen of inzage of afschrift te geven van bescheiden of van gegevens (artikel 126a Sv). Een dergelijk bevel, zoals bedoeld in artikel 126a Sv, kan ook worden gegeven in het kader van een nader strafrechtelijk financieel onderzoek, dat plaatsvindt na de einduitspraak in de ontnemingszaak (artikel 126fa Sv). De bevoegdheden tot het vorderen van gegevens en de bevoegdheid van artikel 126a Sv kunnen in het kader van onderzoek naar het vermogen van een veroordeelde (een strafrechtelijk executieonderzoek) worden toegepast (artikelen 577bb en 577bd Sv). De bevoegdheden tot het vorderen van gegevens kunnen ook worden toegepast in geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf (artikelen 126zk-126zp Sv). Gelet op de tekst van artikel 25 lid 9 Wna mogen alleen de bevoegdheden op grond van het Wetboek van Strafvordering worden toegepast en níet de bevoegdheden op grond van bijzondere wetten, zoals de Wet op de economische delicten. De officier van justitie moet altijd vooraf toestemming verlenen voor het vorderen van de gegevens (zie paragraaf 4.7). De vordering moet aan de notaris zijn gericht (zie paragraaf 3.4). In de vordering dient – naast de specifieke informatie die op grond van de toepasselijke bepaling van het Wetboek van Strafvordering moet worden opgenomen – in ieder geval de volgende informatie te worden opgenomen: een nauwkeurige vermelding van de gegevens die worden verlangd (vergelijk bijvoorbeeld artikel 126nd lid 3 Sv). Daarbij moet zo duidelijk mogelijk worden aangegeven om welke transactie of welke betalingen het gaat. Welke gegevens in het kader van het opsporingsonderzoek precies nodig zijn, verschilt overigens per zaak; indien bekend, een nauwkeurige aanduiding van de persoon of personen over wie de gegevens worden gevorderd; de termijn waarbinnen en de wijze waarop de gegevens dienen te worden verstrekt; een verwijzing naar de wettelijke bepaling op grond waarvan de gegevens worden gevorderd (de titel van de vordering); de mededeling dat de notaris verplicht is aan de vordering te voldoen, onder verwijzing naar artikel 25 lid 9 Wna (zie paragraaf 5.3 en 5.4), en de mededeling dat hij verplicht is om alle informatie omtrent de vordering geheim te houden op grond van artikel 126a lid 5 Sv dan wel artikel 126bb lid 5 Sv (zie paragraaf 5.5). In de vordering hoeft niet te worden vermeld op welke verdachte (of veroordeelde) het onderzoek waarin de vordering wordt gedaan betrekking heeft. De vordering hoeft geen betrekking te hebben op gegevens over de verdachte zelf. Er kunnen ook gegevens worden gevorderd over personen die geen verdachte zijn, zoals blijkt uit de bepalingen in het Wetboek van Strafvordering. Ook artikel 25 lid 9 Wna beperkt de informatieplicht van de notaris niet tot gegevens over de verdachte.12Ook het strafrechtelijk executieonderzoek is niet beperkt tot het verkrijgen van inzicht in het vermogen van de veroordeelde. Met het verrichten van onderzoek naar het vermogen, waarbij de nadruk ook kan liggen op vermogensverschuivingen, kan ook de vermogenspositie van derden in het vizier komen. Dit kan aanleiding geven tot de aanvullende inzet van bevoegdheden. Het belang van het onderzoek zich hiertegen in zijn algemeenheid niet. Zie Kamerstukken II 2009/10, 32 194, nr. 3, p. 16. Voor het verkrijgen van gegevens met betrekking tot de derdengeldenrekening is altijd de voorafgaande toestemming van de officier van justitie vereist, ook wanneer de wet dat niet voorschrijft13Zo is ook opgemerkt in de Memorie van Toelichting, Kamerstukken II 2010/11, 32 700, nr. 3, p. 12.. Dat betekent dat ook voor het vorderen van identificerende gegevens (artikel 126nc/uc Sv) en het bevel opgave te doen van gegevens in het kader van een strafrechtelijk financieel onderzoek (artikel 126a Sv) telkens de toestemming van de officier van justitie nodig is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel