Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 15

Bepaling van de verzekerdenaantallen 2013 voor het macro-deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg en voor het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2013· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 16 maart 2013

1. Het college bepaalt de verzekerdenaantallen 2013 voor het macro-deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg en voor het macro-deelbedrag kosten van overige prestaties per criterium met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden. 2. Het college baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2013, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juli 2014. 3. Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2013 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest. 4. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op: het PKB 2013, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juli 2013 bij het college hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is de datum voor de nominale premieprolongatie voor de maand juni 2013; Het VPPKB 2013 indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2013. 5. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot: de leeftijd, op het PKB 2013; de leeftijd in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2013, op het VPPKB 2013; de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron over 2013, met peildatum 30 juni 2013; de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de refentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron over 2013, met peildatum 30 juni 2013; de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, op de gegevens over 2012, met als peildatum 30 juni 2012 voor verzekerden uit die gemeente; Het college hanteert per verzekerde voor de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als het gebruikt voor de opgave van het UWV. 6. Het college deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen, is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid van deze Beleidsregels. 7. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2013 uit bijlage 8 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; de viercijferige postcode, op het PKB 2013; de viercijferige postcode indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2013, op het VPPKB 2013. 8. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium FKG’s per zorgverzekeraar op: op de indeling in de FKG’s somatische zorg 2013 uit bijlage 5 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; de opgave per 1 juni 2013 van declaraties farmaceutische hulp 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het college. 9. Bij de bepaling van de FKG’s zijn de volgende farmaceutische middelen uitgesloten: middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als niet voor vergoeding in aanmerking komend op grond van artikel 2.8 Besluit zorgverzekering; middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als grond- en hulpstoffen. 10. Het college hanteert een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen. Beneden deze drempel kent het college geen FKG aan een verzekerde toe. 11. In afwijking van het bepaalde in het tiende lid hanteert het college voor de FKG Kanker een drempel van ten minste 3 receptregels. Beneden deze drempel kent het college geen FKG Kanker aan een verzekerde toe. 12. Het college koppelt de opgave bedoeld in het achtste lid, onderdeel b, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2013 en bepaalt op basis hiervan en met inachtneming van de drempels bedoeld in het tiende en elfde lid in welke FKG klassen 1 tot en met 24 de verzekerde valt, met inachtneming van het bepaalde met betrekking tot de samenloop van FKG’s, bedoeld in artikel 4, zeventiende lid. 13. Als een verzekerde niet in een FKG klasse 1 tot en met 24 valt, deelt het college deze verzekerde in bij FKG klasse 0. 14. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium DKG’s per zorgverzekeraar op: de indeling in DKG’s uit bijlage 7 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; de opgave van de zorgverzekeraar aan het college per 1 juni 2014 van de declaraties per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van alle dbc’s die in 2012 geopend zijn. 15. Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave bedoeld in het dertiende lid, onderdeel b en het VPPKB per verzekerde in welke DKG klasse 1 tot en met 15 de verzekerde valt. 16. Als een verzekerde niet in een DKG klasse 1 tot en met 15 valt, deelt het college deze verzekerde in bij DKG klasse 0. 17. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium SES per zorgverzekeraar met betrekking tot: de leeftijd, op het PKB 2013; de leeftijd in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2013, op het VPPKB 2013; het inkomen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst over 2012; het inkomen in het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave over 2012, op de opgave over 2011 en indien een verzekerde ook niet is opgenomen in de opgave over 2011, op de opgave over 2010; de adresgegevens, op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in de opgave van de Belastingdienst over 2013; de adresgegevens in het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave van de Belastingdienst op het PKB 2013 en indien een verzekerde ook niet is opgenomen in het PKB op het VPPKB 2013. 18. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden voor het criterium MHK per zorgverzekeraar op: declaraties 2010 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van B-Dbc’s en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2012, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2013 bij het college hebben aangeleverd; declaraties 2011 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van B-Dbc’s en de kosten van overige prestaties tot en met 31 december 2013, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2014 bij het college hebben aangeleverd; declaraties 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van dbc zorgproducten en de kosten van overige prestaties, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2014 bij het college hebben aangeleverd. 19. Het college herleidt de percentages van de risicoklassen MHK met betrekking tot vereveningsjaar 2010, 2011 en 2012 tot respectievelijk drempelbedragen MHK 2010, 2011 en 2012. 20. Het college bepaalt op basis van de drempelbedragen uit het vorige lid en een koppeling met het VPPKB 2013 in welke MHK-klasse een verzekerde valt. 21. Als een verzekerde niet in een MHK-klasse 1 tot en met 6 valt, deelt het college deze verzekerde in bij MHK 0 Geen MHK. 22. Voor de toepassing van artikel 19 bepaalt het college per zorgverzekeraar het totaal aantal verzekerden. 23. Het college deelt verzekerden zonder burgerservicenummer en verzekerden zonder geverifieerd burgerservicenummer uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en regio. 24. Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht, FKG, DKG, aard van het inkomen en MHK. Overeenkomstig artikel 6 van de Regeling risicoverevening 2013 deelt het college alle verzekerden woonachtig in het buitenland voor de FKG in in de klasse ‘Geen FKG’, waarbij 45% geldt van het normgewicht van de klasse ‘Geen FKG’ en voor de DKG in de klasse ‘DKG 0’, waarbij 55% geldt van het normgewicht van de klasse DKG 0.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel