Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 16

Bepaling van de verzekerdenaantallen 2013 voor het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2013· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 16 maart 2013

1. Het college bepaalt de verzekerdenaantallen 2013 voor het macro-deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden. 2. Het college baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2013, zoals zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juli 2014. 3. Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2013 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest. 4. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden onder de achttien jaar per zorgverzekeraar op: het PKB 2013, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juli 2013 bij het college hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is de datum voor de nominale premieprolongatie voor de maand juni 2013; het VPPKB 2013 indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2013. 5. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op: het PKB 2013, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juli 2013 bij het college hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is de datum voor de nominale premieprolongatie voor de maand juni 2013; het VPPKB 2013 indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2013. 6. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot: de leeftijd, op het PKB 2013; de leeftijd in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2013, op het VPPKB 2013; de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron over 2013, met peildatum 30 juni 2013; de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron over 2013, met peildatum 30 juni 2013; de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, op gegevens over 2012, met peildatum 30 juni 2012, voor verzekerden uit die gemeente. Het college hanteert per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als het gebruikt voor de opgave van het UWV. 7. Het college deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid. 8. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: de indeling, op de regioclusters geneeskundige GGZ naar viercijferige postcode voor 2013 uit bijlage 9 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; de viercijferige postcode, op het PKB 2013; de viercijferige postcode indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2013, op het VPPKB 2013. 9. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium FKG-GGZ per zorgverzekeraar op: de indeling in FKG GGZ 2013 uit bijlage 6 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 september 2012 Z-3132214; de opgave per 1 juni 2013 van declaraties farmaceutische hulp 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de zorgverzekeraars aan het college. 10. Bij de bepaling van de FKG GGZ zijn de volgende farmaceutische middelen uitgesloten: middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als niet voor vergoeding in aanmerking komend op grond van artikel 2.8 Besluit zorgverzekering; middelen die in de G-standaard van Z-Index zijn aangemerkt als grond- en hulpstoffen. 11. Het college hanteert een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen. Beneden deze drempel kent het college geen FKG GGZ aan een verzekerde toe. 12. In afwijking van het bepaalde in het elfde lid hanteert het college voor de FKG psychose depot een drempel van één receptregel waarbij de FKG psychose depot wordt gedefinieerd door een ATC-code van de FKG psychose en een ZI-artikelnummer met een DDD-factor van ten minste 3500. Beneden deze drempel kent het college geen FKG psychose depot aan een verzekerde toe. 13. In afwijking van het bepaalde in het elfde lid hanteert het college voor de FKG bipolair complex een drempel van meer dan 180 standaarddagdoseringen voor de FKG bipolair en ten minste één voorschrift van de indicator bipolaire stoornis complex. Beneden deze drempel kent het college geen FKG bipolair complex aan een verzekerde toe. 14. Het college koppelt de opgave bedoeld in het negende lid, onderdeel b met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2013 en bepaalt op basis hiervan en met behulp van de drempels bedoeld in het elfde, twaalfde en dertiende lid in welke FKG GGZ klassen 1 tot en met 7 de verzekerde valt. 15. Bij samenloop van FKG’s GGZ wijst het college alle toepasselijke FKG’s GGZ toe met inachtneming van de volgende uitzonderingen: Indien een verzekerde is ingedeeld bij FKG psychose depot, deelt het college deze verzekerde niet in bij FKG psychose; Indien een verzekerde is ingedeeld bij FKG bipolair complex, deelt het college deze verzekerde niet in bij FKG bipolair regulier. 16. Als een verzekerde niet in een FKG GGZ klasse 1 tot en met 7 valt, deelt het college deze verzekerde in bij FKG GGZ klasse 0. 17. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium SES per zorgverzekeraar met betrekking tot: de leeftijd, op het PKB 2013; de leeftijd in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2013, op het VPPKB 2013; het inkomen, op de gepseudonimiseerde opgave van de Belastingdienst over 2012; het inkomen in het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave over 2012, op de opgave over 2011 en indien een verzekerde ook niet is opgenomen in de opgave over 2011, op de opgave over 2010; de adresgegevens op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in de opgave van de Belastingdienst over 2013; de adresgegevens in het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave van de Belastingdienst over 2013, op het PKB 2013 en indien een verzekerde ook niet is opgenomen in het PKB 2013, op het VPPKB 2013. 18. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium éénpersoonsadres per zorgverzekeraar met betrekking tot: de adresgegevens op het gepseudonimiseerde adres per gepseudonimiseerd burgerservicenummer in de opgave van de Belastingdienst over 2013; de adresgegevens in het geval een verzekerde niet is opgenomen in de opgave van de Belastingdienst op het PKB 2013 en indien een verzekerde ook niet is opgenomen in het PKB 2013, op het VPPKB 2013. 19. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-kosten lage drempel per zorgverzekeraar op declaraties 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2014 bij het college hebben aangeleverd. 20. Het college bepaalt door middel van een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave uit het vorige lid en het VPPKB per verzekerde of de verzekerde in de GGZ-kosten lage drempelklasse 1 valt. 21. Als een verzekerde niet in de GGZ-kosten lage drempelklasse 1 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij GGZ-kosten lage drempelklasse 0. 22. Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ-kosten hoge drempel per zorgverzekeraar op declaraties 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2014 bij het college hebben aangeleverd. 23. Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave bedoeld in het vorige lid en het VPPKB per verzekerde of de verzekerde in de GGZ-kosten hoge drempelklasse 1 2013 valt. 24. Als een verzekerde niet in de GGZ-kosten hoge drempelklasse 1 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij GGZ-kosten hoge drempelklasse 0. 25. Het college deelt verzekerden zonder burgerservicenummer en verzekerden zonder geverifieerd burgerservicenummer jonger dan achttien jaar uitsluitend in bij GGZ verzekerden jonger dan achttien jaar. Het college deelt verzekerden zonder burgerservicenummer en verzekerden zonder geverifieerd burgerservicenummer van achttien jaar en ouder uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en GGZ-regio. 26. Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland jonger dan achttien jaar uitsluitend in bij het criterium leeftijd onder achttien jaar. Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland van achttien jaar en ouder uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht, FKG, aard van het inkomen, GGZ-kosten lage drempelklasse en GGZ-kosten hoge drempelklasse. Overeenkomstig artikel 6 van de Regeling risicoverevening 2013 deelt het college alle verzekerden woonachtig in het buitenland voor de FKG in in de klasse ‘Geen FKG psychische aandoeningen’, waarbij 50% geldt van het normgewicht van de klasse ‘Geen FKG psychische aandoeningen’.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel