**1.** Indien de donor van wie zaadcellen of eicellen zijn gebruikt ten behoeve van een kunstmatige donorbevruchting vóór 1 juni 2004, overleden of onvindbaar is, wordt de instemming om persoonsidentificerende gegevens te verstrekken geacht te zijn geweigerd.
**2.** Indien de donor van wie zaadcellen of eicellen zijn gebruikt ten behoeve van een kunstmatige donorbevruchting op of na 1 juni 2004, overleden of onvindbaar is, zal de Stichting op zorgvuldige wijze de directe familieleden of nabestaanden, als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de wet, benaderen met het verzoek om in de plaats van de donor instemming te verlenen.
**3.** De Stichting informeert de directe familieleden of nabestaanden, in een situatie als bedoeld in het tweede lid, over de gang van zaken bij een verzoek tot verstrekking van persoonsidentificerende gegevens, het tijdpad en de mogelijke consequenties.
Artikel 7
Donor overleden of onvindbaar
Onderdeel van Reglement Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 7 mei 2021