**1.** Indien de donor van wie zaadcellen of eicellen zijn gebruikt ten behoeve van een kunstmatige donorbevruchting vóór 1 juni 2004 niet instemt met de verstrekking van zijn persoonsidentificerende gegevens, worden deze niet verstrekt aan het donorkind van zestien jaar of ouder dat hierom had verzocht.
**2.** Indien de donor van wie zaadcellen of eicellen zijn gebruikt ten behoeve van een kunstmatige donorbevruchting op of na 1 juni 2004 (of indien deze overleden of onvindbaar is, personen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van dit reglement) niet instemt met de verstrekking van zijn persoonsidentificerende gegevens, blijft verstrekking uitsluitend achterwege indien, in aanmerking genomen de gevolgen die niet-verstrekking voor het verzoekende donorkind zou kunnen hebben, zwaarwegende belangen van de donor meebrengen dat verstrekking niet behoort plaats te vinden.
**3.** Indien ter zake van een verzoek om verstrekking van persoonsidentificerende gegevens als bedoeld in het tweede lid, door de donor instemming wordt geweigerd, vindt een afweging plaats of sprake is van zwaarwegende belangen als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet. Het bestuur beslist over de verstrekking van gegevens na daarover advies te hebben ingewonnen van de adviescommissie, tenzij naar het oordeel van het bestuur de noodzaak daartoe ontbreekt.
**4.** De beslissing van de Stichting wordt het verzoekende donorkind en de donor schriftelijk en met redenen omkleed medegedeeld. Indien in de beslissing voor de motivering wordt verwezen naar het advies van de adviescommissie, wordt het advies bijgevoegd met uitzondering van de delen waaruit de identiteit van de donor herleid kan worden.
Artikel 8
Wel of niet verstrekken van persoonsidentificerende donorgegevens
Onderdeel van Reglement Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 7 mei 2021