Als strafbare feiten, bedoeld in artikel 8 kunnen in ieder geval worden aangemerkt:
De commune delicten uit het Wetboek van Strafrecht:
deelneming aan een criminele organisatie (140 WvSr), voor zover het betreft organisaties die zich schuldig hebben gemaakt aan de in dit artikel genoemde strafbare feiten;
omkoping van of dwanguitoefening op een ambtenaar, bestuurder en beëdigd beambte (177, 179, 183 eerste lid, WvSr);
omkoping van een rechter (178 WvSr);
mensensmokkel ofwel het behulpzaam zijn bij het onrechtmatig toegang verschaffen tot een land binnen de Europese gemeenschap (179a WvSr),
slavenhandel (267 WvSr);
mensenhandel, specifiek het vervoeren van personen die worden bewogen tot seksuele handelingen met derden tegen betaling (250a, eerste lid, sub 2 WvSr),
mensenroof (278 WvSr);
schaking (281 WvSr);
wederrechtelijke vrijheidsberoving (282, 283) en gijzeling (282a WvSr);
beroepshalve verduistering (322 WvSr);
de aflevering van vervalste voedselwaren en geneesmiddelen (330 WvSr) en het plegen van bedrieglijke handelingen bij de levering van materialen (331, lid 2, WvSr);
het in-, door- of uitvoeren, afleveren en in voorraad hebben van valse waren of merken (337, eerste lid, WvSr), in het bijzonder het plegen beroepshalve (337, lid 2, WvSr);
opzetheling (416) en schuldheling (417bis WvSr);
de medeplichtigheid aan of poging tot het begaan van onder b tot en met m genoemde strafbare feiten.
De delicten uit de Wet wapens en munitie:
Het vervoeren, doen binnenkomen of doen uitgaan van wapens van categorieën I, II en III (13, eerste lid; 22, eerste lid, WWM).
De delicten uit de Opiumwet:
het importeren, exporteren, verwerken, afleveren, verstrekken, vervoeren of aanwezig hebben van verboden middelen (2, eerste lid, onder A, B, C en D en 3, eerste lid, onder A, B, C en D Opiumwet);
het medeplichtig zijn aan of op enigerlei wijze behulpzaam zijn bij de onder a bedoelde handelingen (10a, eerste lid Opiumwet).
De delicten uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen:
het opzettelijk of met grove schuld ontduiken van belasting die een rechtspersoon verplicht is af te dragen op grond van de Wet op de omzetbelasting, Wet op de inkomstenbelasting en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (artikelen 67, onder e, Awr);
het opzettelijk of met grove schuld niet of niet tijdig betalen van belasting die een rechtspersoon verplicht is af te dragen op grond van de Wet op de omzetbelasting, Wet op de inkomstenbelasting en de Algemene wet inzake rijksbelastingen (artikelen 67, onder f, Awr).
De delicten uit de Wet vervoer gevaarlijke stoffen:
het is verboden de handelingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, te verrichten ten aanzien van gevaarlijke stoffen en vervoermiddelen die zijn aangewezen ingevolge artikel 3, onderdeel a (artikel 4, WVGS);
het is verboden de handelingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, te verrichten ten aanzien van gevaarlijke stoffen en vervoermiddelen die zijn aangewezen ingevolge artikel 3, onderdeel b, anders dan met inachtneming van de in dat onderdeel bedoelde regels (artikel 5, WVGS).
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Beleidsregel van de Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie (NIWO) toetsing vergunningen beroepsgoederenvervoer over de weg aan de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob)· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 18 april 2004