Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Beginselen van Verwerking van Persoonsgegevens

Onderdeel van Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen· Privacy

Deze tekst geldt sinds 26 april 2010

Persoonsgegevens worden in overeenstemming met de wet en op behoorlijke en zorgvuldige wijze verwerkt. Persoonsgegevens worden voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden verkregen. In artikel 5 Gedragscode wordt dit nader bepaald. Persoonsgegevens worden slechts verwerkt indien en voor zover is voldaan aan minimaal één van de volgende rechtmatige grondslagen: de Betrokkene heeft voor de Verwerking van Persoonsgegevens zijn ondubbelzinnige toestemming verleend; de Verwerking van Persoonsgegevens is noodzakelijk voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de Cliënt partij is, of voor het nemen van precontractuele maatregelen naar aanleiding van een verzoek van de Cliënt en die noodzakelijk zijn voor het sluiten van een overeenkomst; de Verwerking van Persoonsgegevens is noodzakelijk om een wettelijke verplichting na te komen waaraan de Financiële instelling onderworpen is; de Verwerking van Persoonsgegevens is noodzakelijk ter vrijwaring van een vitaal belang van de Betrokkene; de Verwerking van Persoonsgegevens is noodzakelijk voor de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak door het desbetreffende bestuursorgaan dan wel het bestuursorgaan waaraan de gegevens worden verstrekt; of de Verwerking van Persoonsgegevens is noodzakelijk voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de Financiële instelling of van een Derde aan wie de Persoonsgegevens worden verstrekt, tenzij het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de Betrokkene, in het bijzonder het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, prevaleert. Persoonsgegevens worden niet verder verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met de doeleinden waarvoor ze zijn verkregen. Een Financiële instelling neemt maatregelen zodat Persoonsgegevens, gelet op de doeleinden waarvoor zij door de Financiële instelling worden verwerkt, accuraat, toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn. Persoonsgegevens worden verwijderd nadat de door de Financiële instelling vastgestelde bewaartermijnen zijn verstreken en kunnen worden overgebracht naar een archiefbestemming ten behoeve van het archiefbeheer, het behandelen van geschillen en het verrichten van (wetenschappelijk, statistisch of historisch) onderzoek. Persoonsgegevens mogen langer worden bewaard dan bepaald in artikel 4.6.1 Gedragscode voor zover ze voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden worden bewaard, en de verantwoordelijke de nodige voorzieningen heeft getroffen ten einde te verzekeren dat de desbetreffende gegevens uitsluitend voor deze specifieke doeleinden worden gebruikt. Indien Persoonsgegevens worden verzameld bij de Betrokkene, informeert de Verantwoordelijke de Betrokkene over zijn identiteit en de doeleinden van de Verwerking van Persoonsgegevens, tenzij de Verantwoordelijke op goede gronden mag aannemen dat de Betrokkene daarvan reeds op de hoogte is. Aan deze informatieplicht wordt voldaan vóór het moment van verkrijging. Indien de Persoonsgegevens op een andere manier worden verkregen, informeert de Verantwoordelijke de Betrokkene over zijn identiteit en de doeleinden van de Verwerking van Persoonsgegevens op het moment van vastlegging of, wanneer de Persoonsgegevens bestemd zijn om te worden verstrekt aan een Derde, op het moment van eerste verstrekking. De verplichting geldt niet wanneer de Betrokkene reeds op de hoogte is, dan wel wanneer de mededeling aan Betrokkene onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost. In dat geval wordt de herkomst van de Persoonsgegevens vastgelegd. De verplichting geldt evenmin wanneer de vastlegging of de verstrekking bij of krachtens de wet is voorgeschreven. Indien het, gelet op de aard van de gegevens, de omstandigheden waaronder zij worden verkregen of het gebruik dat ervan wordt gemaakt, nodig is uit oogpunt van het waarborgen van een behoorlijke en zorgvuldige Verwerking van Persoonsgegevens, zal in aanvulling op de informatie als aangegeven in 4.7 en 4.8 Gedragscode nadere informatie worden verstrekt aan de Betrokkene. Een Financiële instelling kan in het kader van de bedrijfsvoering via het internet Persoonsgegevens van een Betrokkene, die een Financiële instelling via dit medium benadert, vastleggen en verder verwerken. Financiële instellingen zullen via een privacy statement op de betreffende website informatie beschikbaar stellen over het beleid met betrekking tot de door middel van het internet verkregen Persoonsgegevens. Het privacy statement bevat minimaal de informatie als bedoeld in artikel 4.7 Gedragscode. Het doelbindingsbeginsel (artikel 4.4 Gedragscode) en de plicht tot het verstrekken van informatie (artikel 4.7, 4.8 en 4.9 Gedragscode) kan tevens door een Financiële instelling (in aanvulling op de uitzonderingen genoemd in artikel 4.7 en 4.8 Gedragscode) buiten toepassing worden gelaten als wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 9 Gedragscode. Financiële instellingen kunnen bij de Verwerking van Persoonsgegevens gebruik maken van een Bewerker. Indien gebruik wordt gemaakt van de diensten van een Bewerker zal met deze Bewerker een overeenkomst worden gesloten, waarin schriftelijk of in een andere, gelijkwaardige vorm onder meer wordt vastgelegd dat technische en organisatorische maatregelen ter beveiliging van die gegevens moeten worden genomen.

Rechtspraak bij dit artikel