Betrokkenen, de natuurlijke personen over wie persoonsgegevens worden gepubliceerd, kunnen ingrijpend benadeeld worden door de onjuiste, onvolledige of onnodige publicatie van persoonsgegevens. Op grond van een enkel gegeven kunnen gemakkelijk foute conclusies worden getrokken. Oppervlakkige beeldvorming kan mensen schade berokkenen in hun maatschappelijk en persoonlijk functioneren. Bovendien kan de publicatie van persoonsgegevens op internet ertoe bijdragen dat betrokkenen slachtoffer worden van criminele activiteiten, zoals oplichting en identiteitsfraude. Verantwoordelijken hebben de plicht om te voldoen aan verzoeken van betrokkenen tot inzage en aan verzoeken tot verwijdering, verbetering, aanvulling of afscherming van persoonsgegevens als die feitelijk onjuist zijn, voor het doeleinde onvolledig of niet ter zake dienend, dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. 81Zie voor een algemene toelichting het informatieblad ‘Rechten van de betrokkene’. Het CBP heeft daarnaast specifieke informatiebladen over correctie en inzage, zowel voor betrokkenen als verantwoordelijken. De informatiebladen zijn beschikbaar via de website van het CBP, URL: http://www.cbpweb.nl, onder ‘nieuws en publicaties’, ‘publicaties’, ‘informatiebladen’.
Bij publicaties op internet geldt dat de meeste verwerkingen openbaar en kosteloos toegankelijk zijn. De betrokkene hoeft zich daarom meestal niet eerst met een formeel inzageverzoek tot de verantwoordelijke te wenden alvorens een gericht verwijderings- of verbeteringsverzoek te kunnen sturen. Het inzagerecht is vooral van belang bij publicaties waarbij de toegang is afgeschermd. Een betrokkene kan in een dergelijk geval gebruik maken van het inzagerecht om erachter te komen of en zo ja welke gegevens er over hem in een afgeschermde publicatie zijn opgenomen.
Op grond van de informatieplicht uit de artikelen 33 en 34 Wbp dienen verantwoordelijken de betrokkenen voorafgaand aan de publicatie mee te delen welke soorten persoonsgegevens er over hen op welke wijze worden gepubliceerd en met welk doel. Het recht op inzage is onder meer van belang voor verantwoordelijken die zwarte lijsten hanteren. Veel populaire publicaties met reactiemogelijkheden of discussiefora bevatten gebruiksregels over toegestaan gedrag. Wie de regels herhaaldelijk of op ernstige wijze overtreedt, kan op een zwarte lijst komen van geblokkeerde IP-adressen en/of gebruikersnamen. De betrokkene heeft dan geen inzicht meer in de gegevens die van of over hem of haar worden gepubliceerd.
De betrokkene heeft het recht zich ‘vrijelijk’ (dus zonder nadere motivering) en ‘met redelijke tussenpozen’ tot de verantwoordelijke te wenden met een inzageverzoek.82Art. 35, eerste lid Wbp Het verzoek om kennisneming mag echter niet ongericht zijn.83MvT, blz. 44 De verantwoordelijke moet binnen vier weken schriftelijk reageren. Dat mag ook elektronisch.84Kamerstukken II, nr. 8, blz. 27 Het CBP oordeelde in 200385CBP, z2003-01617. URL: http://www.cbpweb.nl/documenten/med_uit_z2003- 1617.shtml dat een ieder zonder voorbehoud het recht heeft kennis te nemen van de verwerking van zijn persoonsgegevens. Een bericht op grond van art. 35 Wbp moet een volledig en begrijpelijk overzicht zijn van de gegevens die over een betrokkene worden verwerkt. Het gaat daarbij niet om een beschrijving of samenvatting van de gegevens, maar om een volledige weergave. Als de gegevens onvolledig zijn, is de betrokkene immers onvoldoende in staat zijn rechten op grond van de Wbp te effectueren.86Deze interpretatie is medio 2007 bevestigd door de Hoge Raad in de uitspraken over de Dexiazaak, Hoge Raad, 29 juni 2007, LJN: AZ4663 en Hoge Raad, 29 juni 2007, LJN: AZ4664. De verantwoordelijke mag bij zeer algemene verzoeken om inzage wel om precisering vragen, om een onevenredige administratieve inspanning te vermijden. De verantwoordelijke moet bovendien zorgen voor een ‘deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker’ (artikel 37 Wbp), bijvoorbeeld door een kopie te vragen van een identiteitsbewijs, om te voorkomen dat persoonsgegevens in verkeerde handen belanden. De verantwoordelijke mag voor een inzageverzoek maximaal 0,23 eurocent per pagina vragen, met een maximum van 4,50 euro.87Artikel 39 Wbp en het bijbehorende Besluit Kostenvergoeding rechten betrokkene Wbp van 13 juni 2001. Deze vergoeding moet worden terugbetaald als de verantwoordelijke na de inzage een verbeterings-, verwijderings, aanvullings- of afschermingsverzoek moet honoreren.
Betrokkenen hebben een breed recht op correctie. Ze mogen verantwoordelijken op grond van artikel 36 Wbp verzoeken om verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming van gegevens indien ze feitelijk onjuist zijn of voor het doeleinde onvolledig of niet ter zake dienend, dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden gepubliceerd.
Verantwoordelijken moeten een eventuele weigering tot het corrigeren van gegevens met redenen omkleden.
Bij het omgaan met correctieverzoeken maakt het verschil op welke rechtvaardigingsgrond de publicatie is gebaseerd. De betrokkene die toestemming heeft gegeven voor de publicatie (artikel 8 onder a Wbp) kan deze toestemming altijd intrekken (Zie hoofdstuk II, paragraaf 4.1.1). Sites moeten in een dergelijk geval altijd gehoor geven aan een verzoek tot verwijdering en bij de technische inrichting van hun systemen op voorhand rekening houden met deze mogelijkheid.
Als de publicatie is gebaseerd op een van de andere rechtvaardigingsgronden uit artikel 8 Wbp, kan een betrokkene om verwijdering of correctie vragen indien de persoonsgegevens feitelijk onjuist zijn, voor het doeleinde onvolledig of niet ter zake dienend, dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden gepubliceerd. Als het verzoek terecht is, dient de verantwoordelijke hieraan gehoor te geven.
User generated content
Bijna iedereen met een mobiele telefoon kan tegenwoordig foto’s en filmpjes maken. Het maken van dit soort filmpjes van elkaar en het plaatsen hiervan op internet is bijzonder populair. Profielsites en speciale user generated content diensten maken het daarna mogelijk deze informatie voor iedereen toegankelijk te maken, zonder dat degene die de informatie heeft geplaatst makkelijk te achterhalen is.
De aanbieders van diensten met user generated content zijn in beginsel aan te merken als medeverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens op hun dienst op het Web. Het zonder rechtvaardigingsgrond openbaar maken van beeldmateriaal van natuurlijke personen dat raakt aan de persoonlijke levenssfeer kan bijzonder ingrijpend zijn voor de betrokkene(n) en is in elk geval in strijd met de Wbp. Als iemand de informatie verwijderd wil hebben, dient in eerste instantie degene aangesproken te worden die de informatie heeft geplaatst. Indien dit onmogelijk is of geen resultaat oplevert kan de persoon de aanbieder van de dienst er op wijzen dat het betreffende materiaal onrechtmatig is. De informatie dient verwijderd te worden indien sprake is van een op grond van de Wbp evident onrechtmatige publicatie .(Zie ook de uitleg in paragraaf I.2.)
Naast het recht op correctie en verwijdering kent de Wbp betrokkenen ook een recht van verzet toe. Dit recht is alleen van toepassing als de publicatie gerechtvaardigd wordt door een rechtvaardigingsgrond onder artikel 8 onder e of f Wbp (de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak of de uitkomst van een individuele belangenafweging). Bovenop de bepalingen uit artikel 36 Wbp mag een betrokkene in die gevallen conform artikel 40 Wbp verzet aantekenen tegen de publicatie, met een beroep op bijzondere persoonlijke omstandigheden. Dit ‘recht van verzet’ heeft betrekking op publicaties die op zich rechtmatig zijn, maar die, door de bijzondere omstandigheden van de betrokkene, onrechtmatig kunnen zijn jegens de betrokkene. Als een betrokkene verzet aantekent, dient de verantwoordelijke een nieuwe, specifieke afweging te maken tussen zijn eigen (gerechtvaardigde) belangen en de belangen van de betrokkene. Indien de betrokkene het niet eens is met het resultaat van die hernieuwde afweging, kan hij de rechter om een beslissing vragen.
Modelverklaring inzage- en correctierecht88Deze modelverklaring is geschikt voor particulieren en bedrijven die de publicatie rechtvaardigen met een grondslag onder artikel 8 onder f Wbp, de afweging tussen het gerechtvaardigd belang van de verantwoordelijke versus het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene. In dit geval is zowel het recht van verzet van artikel 40 Wbp van toepassing als het recht op correctie of verwijdering uit artikel 36 Wbp.
Een verantwoordelijke voor een besloten website met gegevens over wanbetaling in een bepaalde sector brengt betrokkenen via een privacyverklaring op de hoogte van hun rechten op inzage en correctie. Voorop staat dat de betrokkenen moeten zijn geïnformeerd over het doeleinde van de zwarte lijst, de identiteit van de verantwoordelijke en de duur en consequenties van plaatsing vóórdat hun gegevens op de website worden geplaatst, conform de informatieplicht uit artikel 33 en 34 Wbp. De publicatie heeft een rechtvaardigingsgrond in artikel 8 onder f Wbp, om het gerechtvaardigde belang te dienen van een specifieke categorie bedrijven om enige informatie te hebben over het betalingsgedrag van een potentiële klant, alvorens zij overgaan tot het verstrekken van krediet. Betrokkenen kunnen kiezen of zij onjuiste gegevens willen laten verbeteren met een beroep op artikel 36 Wbp, of gebruik willen maken van het recht van verzet van artikel 40 Wbp. Dat laatste kan het geval zijn als de betrokkene bijzondere persoonlijke omstandigheden heeft waardoor hij onevenredig wordt geschaad door opname in de zwarte lijst, ook als de gegevens op zich juist zijn.
Een verklaring over het recht op inzage en correctie kan er als volgt uitzien:
• Inzage in besloten deel website
Indien u uw gegevens wilt inzien in het besloten deel van de website kunt u daartoe een verzoek indienen via privacy@< naamwebsite>.nl. Binnen 7 werkdagen ontvangt u kosteloos bericht of er (nog) gegevens over u verwerkt worden, met welk doeleinde en over welke periode. U kunt ook een gedetailleerde opgave vragen van alle gegevens die op u betrekking hebben. Hieraan wordt binnen vier weken gehoor gegeven. De kosten hiervan bedragen maximaal 4,50 euro, afhankelijk van de hoeveelheid gegevens.
• Recht op verzet
Als u van mening bent dat de verwerking van uw persoonsgegevens in strijd is met de bescherming van uw persoonlijke levenssfeer in verband met uw bijzondere persoonlijke omstandigheden, kunt u dit aangeven via privacy@<naamwebsite>.nl. Als uw verzet gerechtvaardigd is, worden uw gegevens verwijderd. Aan dit verzoek zijn geen kosten verbonden.89Volgens artikel 40 derde lid Wbp mogen verantwoordelijken voor het in behandeling nemen van een verzet een vergoeding van kosten verlangen, die niet hoger mag zijn dan 4,50 euro, zoals bepaald in het Besluit kostenvergoedingen rechten betrokkenen Wbp (13 juni 2001, Stb. 2001, 305). De vergoeding wordt teruggegeven in geval het verzet gegrond wordt bevonden.
Bij wet ingestelde openbare registers vormen een belangrijke uitzondering op de regel dat betrokkenen zeggenschap hebben over de publicatie van hun persoonsgegevens. De ratio achter openbare registers zoals het Handelsregister of het Kadaster is dat ze bij wet zijn ingesteld om een bepaald publiek belang te dienen. Betrokkenen hebben bij openbare registers geen mogelijkheid om met een beroep op de Wbp verzet aan te tekenen of verwijdering te vragen, ook niet als de registers op internet worden gepubliceerd. De rechten van betrokkenen zijn in het geval van openbare registers afhankelijk van de rechten die de specifieke wet hen toekent. 90Artikel 36 vijfde lid Wbp bepaalt dat het recht van correctie en verwijdering niet van toepassing is op bij wet ingestelde openbare registers indien de wet al voorziet in een procedure voor verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming van gegevens. Het recht van verzet uit artikel 40 Wbp is helemaal niet van toepassing op openbare registers die bij wet zijn ingesteld, ongeacht of de wet een bijzondere procedure kent of niet. Juist vanwege het ontbreken van een algemene mogelijkheid om bovenmatige gegevens te laten verwijderen is het van groot belang dat de overheid bij het ontsluiten van openbare registers op internet nadrukkelijk onderscheid blijft maken tussen de gegevens die noodzakelijk zijn om een dienst van de overheid te krijgen (zoals een vergunning) en gegevens die op internet worden gepubliceerd. In het advies van 15 mei 2007 over de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)91CBP, brief aan de leden van de vaste Kamercommissie voor VROM, z2007-00304, 15 mei 2007, http:www.cbpweb.nl/documenten/med_20070515_w abo schreef het CBP:
Bezinning is nodig op de vraag waarom openbaarheid zonder meer openbaar op internet zou inhouden. Persoonsgegevens die via internet worden gepubliceerd, kunnen door een onbekend aantal internetgebruikers uit de hele wereld voor eigen doeleinden worden verzameld en verwerkt, ook jaren nadat de oorspronkelijke publicatie van internet is verdwenen. Het voordeel van digitaliseren mag niet omslaan in het nadeel dat persoonsgegevens vogelvrij zijn op internet.
Artikel III
Rechten van betrokkenen
Onderdeel van Richtsnoeren publicatie van persoonsgegevens op internet· Privacy
Deze tekst geldt sinds 11 december 2007