Kentekenherkenning is geen nieuw fenomeen: het registeren van kentekens en de automatische herkenning daarvan voor een bepaald doel wordt al geruime tijd toegepast bij trajectcontroles3 Een trajectcontrole houdt in dat aan het begin en aan het einde van een traject de voorbijkomende kentekens worden geregistreerd met bijbehorende snelheid. De gemiddelde snelheid mag het maximum op het bepaalde traject niet overschrijden om een boete te voorkomen. Zie ook: Registratiekamer, 9 december 1996, 96-0140, http://www.cbpweb.nl/documenten/uit_96V0140.stm?refer=true&theme=green en www.om.nl/onderwerpen/verkeer/thema’s/trajectcontrole/., maar ook om vast te kunnen leggen wie bij benzinestations zonder te betalen na het tanken is doorgereden. Kentekenherkenning is wel voortdurend in ontwikkeling en wordt in toenemende mate ingezet door overheidsinstellingen, waaronder de politie in het kader van de uitvoering van de politietaak.
ANPR staat voor automatische kentekenherkenning: Automatic Numberplate Recognition.
Door de technologie die het mogelijk maakt op automatische wijze kentekens te herkennen en te vergelijken, kan efficiënter worden gewerkt. De politieambtenaar kan nu in de verkeersstroom meer kentekens herkennen door toepassing van de technologie dan voorheen zonder die toepassing. Daarnaast komt de inzet van kentekenvergelijking voort uit een ontwikkeling binnen de politieorganisatie waarbij de politietaak wordt uitgevoerd op basis van informatie, de zogeheten Informatie Gestuurde Politie.
Sinds 2005 is vanuit de Raad van Hoofdcommissarissen een beweging ingezet van lokale oriëntatie in de richting van nodale oriëntatie.4 Visienota Politie in Ontwikkeling, 21 juni 2005, www.politie.nl/ImagesLandelijk/politieinontwikkeling_tcm31-143611.pdf.Zie ook de reactie van het CBP, 10 augustus 2005 (z2005-00789), www.cbpweb.nl/documenten/uit_z2005-0789.shtml. Nodale oriëntatie, ook wel ‘infrastructuurpolitie’ genoemd, houdt − kort gezegd − in dat de politie zich in het kader van haar taak richt op controle van de infrastructuur waarlangs mensen zich bewegen en waarlangs ook goederen, geld en informatie worden verplaatst. Uitgangspunten bij de controle op de infrastructuur zijn ontgrenzing, mobiliteit en anonimiteit: door de toegenomen mobiliteit van mensen loont het minder om de wijken in te gaan om misdaad te bestrijden. Bovendien is door deze mobiliteit de anonimiteit toegenomen. Op lokaal niveau moest vooral worden gewerkt via het zogenaamde ‘kennen en gekend worden’. Deze methode wordt nu in belangrijke mate aangevuld door de ‘(...) inzet gericht op het ont-anonimiseren, op onderscheppen van ‘kwaad’ en op Tegenhouden van criminaliteit (...)’.5 Visienota Politie in Ontwikkeling, 21 juni 2005, p. 90. De controle door de politie zal hierdoor meer gericht zijn op mensen dan op delicten. Informatie is daarbij de basis voor de uitvoering van de politietaak.
Het CBP geeft in zijn rol als toezichthouder in deze richtsnoeren invulling aan de wettelijke normen voor correcte en zorgvuldige omgang met persoonsgegevens die bij de toepassing van ANPR moeten worden nageleefd. De volgende vragen zullen in de hoofdstukken III tot en met V van de richtsnoeren aan bod komen. In de eerste plaats zal de relatie tussen de politietaak en de keuze voor de toepassing van ANPR worden besproken. Welke gevolgen heeft dit voor de selectie van politiegegevens? Vervolgens doet zich de vraag voor hoe moet worden omgegaan met de gescande kentekens na vergelijking. Dit betreft de positieve resultaten van de vergelijking, maar ook de situatie dat een gescand kenteken niet voorkomt in de politiebestanden. Een andere vraag is of de stap kan worden gemaakt naar patroonherkenning.
Tot slot komt aan de orde hoe de politie ANPR kan toepassen in samenwerking met andere overheidsorganisaties. De Wpg heeft ten opzichte van de Wpolr voor een ruimer verstrekkingenregime gezorgd, maar hoe blijft een zorgvuldige gegevensverwerking gewaarborgd? Voor de basistoepassing van ANPR gaat het CBP uit van de navolgende beschrijving en uitgangspunten.
Eenvoudig voorgesteld is ANPR een methode om gescande kentekens op automatische wijze te herkennen en te vergelijken met een verzamelbestand waarin een selectie van kentekens is opgenomen. Deze vergelijking kan een hit opleveren: een signaal dat een kenteken overeenkomt met een kenteken dat in het vergelijkingsbestand voorkomt. Naar aanleiding van een hit kan direct een actie plaatsvinden. Voor het CBP zijn deze gerichtheid en het direct gevolg geven aan een signaal de belangrijkste doelen voor de toepassing van ANPR: de effectiviteit van het dagelijkse politieoptreden neemt toe.
Het verzamelbestand waarin de selectie van kentekens waarmee vergeleken wordt is opgeslagen, noemt het CBP het vergelijkingsbestand. De kentekens die samen het vergelijkingsbestand vormen, worden voorafgaand aan de toepassing van ANPR geselecteerd bij de Dienst Wegverkeer (RDW) en uit verwerkingen van politiegegevens die een politiekorps in zijn bestanden heeft verzameld. Kentekens kunnen ook afkomstig zijn van landelijke verwerkingen. Voorop staat dat de gegevens die in het vergelijkingsbestand opgenomen worden actueel en juist moeten zijn.
Kentekens komen in aanmerking om opgenomen te worden in het vergelijkingsbestand als daarvoor een aanwijsbare reden is: het kan zijn dat de auto waarbij het kenteken hoort gezocht wordt, dat het kenteken zelf gezocht wordt of dat de kentekenhouder/eigenaar gezocht wordt. Het doel van de ANPR-actie, die herleidbaar moet zijn tot een bepaald onderdeel van de politietaak, vormt het uitgangspunt voor de samenstelling van het vergelijkingsbestand. De politie heeft de taak om gevolg te geven aan deze signaleringen als deze in de verkeersstroom voorkomen. Gedacht kan worden aan het betekenen van een gerechtelijk schrijven (een vonnis, een dagvaarding), het in beslag nemen van een gestolen auto of het uitvoering geven aan een arrestatiebevel.
Het cameragedeelte van de ANPR-apparatuur maakt een foto van de voor- of achterkant van alle voorbijkomende auto’s. Het kenteken is met het oog op de vergelijking het belangrijkste element van de auto, maar de foto zal een groter deel van de auto omvatten. Zo kan het merk en de kleur ook vastgelegd worden. Dit kan van belang zijn om te kunnen controleren of het gaat om de gezochte auto.6Passagiers zullen wellicht wel te zien zijn, maar op basis van de huidige stand van de techniek naar verwachting niet herkenbaar. De mogelijke verwerking van biometrische gegevens in het kader van gezichtsherkenning door middel van de toepassing van ANPR komt daarom in deze richtsnoeren niet aan de orde. Dit geldt ook voor de andere kenmerken van de gefotografeerde voertuigen.Het kenteken is voor de toepassing van ANPR essentieel. Dit wordt door de apparatuur herkend als een kenteken en doorgeleid naar de vergelijking met het vergelijkingsbestand.
Het gescande kenteken wordt op basis van hit/no-hit automatisch vergeleken met de kentekens uit het vergelijkingsbestand. Een koppeling tussen het vergelijkingsbestand en de stroom aan gescande kentekens maakt dat mogelijk. Een no-hit wil zeggen dat het kenteken dat gescand is niet voorkomt in het vergelijkingsbestand. Een hit wil zeggen dat het kenteken wel voorkomt in het vergelijkingsbestand. De hit op zichzelf is een politiegegeven, dat het oorspronkelijke kenteken dat is opgenomen in het vergelijkingsbestand verrijkt: het geeft aan dat het gezochte kenteken op een bepaalde locatie en op een bepaalde tijd is gesignaleerd. Ook het uitblijven van een hit bij een kenteken dat is opgenomen in het vergelijkingsbestand genereert informatie, namelijk dat het kenteken gedurende die ANPR-actie niet is gepasseerd.
Het CBP neemt tot uitgangspunt dat effectief politieoptreden meebrengt dat een hit doorgaans direct een actie tot gevolg heeft, in die zin dat het betreffende voertuig tot stilstand wordt gebracht ter afhandeling van de signalering. Een gestolen auto kan direct in beslag genomen worden, een boete kan direct worden geïnd. De inzet van het middel voor dergelijke doelen is immers niet zinvol en niet gerechtvaardigd als een directe actie niet is voorzien. Dat geldt voor zowel de situatie dat een camera in een politievoertuig wordt gebruikt, als voor de situatie dat een vaste camera boven de weg wordt gebruikt.
ANPR toepassen voor andere doelen waarbij een directe actie niet voor de hand ligt, is mogelijk onder voorwaarden die in hoofdstuk IV van deze richtsnoeren zijn opgenomen.
Artikel I
ANPR door de ogen van het CBP
Onderdeel van Beleidsregel CBP richtsnoeren ANPR· Privacy
Deze tekst geldt sinds 14 juli 2009