In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het begrip ‘bijzondere risico’s’ uit de informatieplicht van artikel 11.3, Tw.
In de Richtlijn wordt in overweging 20 gesteld:12Overweging 20 bij de Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002, L 201/37.
‘Het is bijzonder belangrijk voor abonnees en gebruikers van openbare elektronische communicatiediensten om door hun dienstaanbieder volledig op de hoogte te worden gebracht van bestaande veiligheidsrisico’s die van dien aard zijn dat de dienstaanbieder deze zelf niet kan verhelpen.’
Het betreft hier veiligheidsrisico’s die een inbreuk kunnen maken op de persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer van abonnees en gebruikers. De desbetreffende aanbieders zijn niet gehouden de abonnees te informeren over elk beveiligingsrisico. Het gaat om bijzondere risico’s en dan met name die risico’s die een bijzonder verband hebben met de aard van het betrokken netwerk of de betrokken dienst.13Kamerstukken II, 1996/97, 25 533, nr. 3, p. 119. Zo heeft het risico van ongewenst medegebruik van een draadloze internetverbinding door andere eindgebruikers dan de abonnee een bijzondere band met de dienst internettoegang en houdt dit risico geen verband met een e-maildienst. Een aanbieder van wie de dienstverlening beperkt is tot het verzorgen van een e-maildienst behoeft dus geen informatie te verschaffen over de beveiliging van draadloze routers.
De Autoriteit Consument en Markt acht het noodzakelijk dat de volgende risico’s minimaal geadresseerd worden door de aanbieder van de betreffende dienst.
Risico
Technische term
Bijzondere band met de dienst
1. Het binnenkrijgen of (ongemerkt) versturen van grote hoeveelheden ongevraagde berichten).
spam
internettoegang, elektronische berichten
2. Het gekaapt worden van de eigen computer door een niet-geautoriseerde gebruiker
botnet, zombie
internettoegang
3. Het binnenkrijgen of (ongemerkt) versturen van berichten die tot doel hebben persoonlijke gegevens van abonnees te achterhalen, bijvoorbeeld bankgegevens, PINcode of inlognaam.
phishing
elektronische berichten
4. Het binnenkrijgen of (ongemerkt) versturen van software die bedoeld is om te spionneren op (internet)gedrag van abonnees.
spyware
internettoegang, elektronische berichten
5. Het binnenkrijgen of (ongemerkt) versturen van software die bedoeld is om de computerapparatuur van abonnees zodanig te verstoren dat gegevens verloren gaan of voor de buitenwereld openbaar worden.
trojans en overige malware
internettoegang, elektronische berichten
6. Het ongewenst medegebruik van de draadloze internetverbinding door andere eindgebruikers, waardoor mogelijk strafbare of anderszins ongewenste activiteiten over deze verbinding aan de betreffende abonnee zouden kunnen worden toegeschreven, of waardoor andere eindgebruikers mogelijk toegang krijgen tot de computer van de abonnee.
beveiliging draadloze router
internettoegang
7. Het gebruik door anderen van de eigen identiteit, door bijvoorbeeld bekend worden van wachtwoord, e-mailadres, naam- adres- woonplaats- of geboortedatum gegevens.
identiteitskaping
internettoegang, elektronische berichten
8. Het bereikbaar zijn van of (ongevraagd) geconfronteerd worden met ongewenste websites, zoals websites die niet geschikt zijn voor kinderen.
ongewenste websites
internettoegang
Bovenstaande tabel bevat slechts voorbeelden. De markt voor internetdiensten is dynamisch en daarom kan een tabel als deze nooit volledig zijn. De Autoriteit Consument en Markt verwacht van aanbieders dat zij nieuwe risico’s in hun informatievoorziening opnemen.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2 van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt in werking treedt.
Artikel 4
Bijzondere risico’s
Onderdeel van Beleidsregels informatieplicht voor aanbieders over internetveiligheid (artikel 11.3 tweede lid van de Telecommunicatiewet)· Mededingingsrecht
Deze tekst geldt sinds 15 januari 2009